zondag 18 september 2016

"Op het scherm!", zei de kapitein.

Eén van de Grote Liefdes in mijn leven is toch wel Star Trek. Qua science fiction deelt Star Trek een op eenzame hoogte staande eerste plaats met Doctor "ik ben écht een gekke man met een blauw hokje" Who (en Star Wars staat met superstip op plek nummer anderhalf). En van Star Trek zie ik vooral de originele serie (TOS) en de Next Generation serie (TNG) graag terug.

Als mijn hersens dan genoeg koffie gehad hebben, vallen me soms dingen op. Bijvoorbeeld het grote scherm op de brug, de Main Viewer. Als er dan een bericht binnenkomt van een ander schip, of van het hoofdkwartier of zo, zegt kapitein Picard: "Op het scherm, meneer Worf!". En dan komt de ander op het scherm en kunnen ze kletsen, plannen smeden, onderhandelen, elkaar bedreigen en wat er nog meer nodig is om het verhaal van die aflevering te doen vlotten.

Dat was wat, toen het zo begin jaren 1990 uitgezonden werd. Videobellen, en dan nog zulke goede kwaliteit en zomaar tussen allerlei vreemde schepen van vreemde makelij en ver weg in de ruimte waar je geen telefooncentrales of ptt-monteurs had en zo. Het stond best wel superfuturistisch, dat je zomaar op een knopje kon drukken of iets kon zeggen en dat je dan kon videobellen.

Snel vooruitspoelend naar tegenwoordig, is het eigenlijk helemaal niet zo'n Ding meer. We videobellen elke dag met collega's, leveranciers, klanten, vrienden, familie en andere mensen die ergens anders op ons aardbolletje rondlopen. Via Skype of Facetime of zo'n soort app. Elke laptop of smartphone heeft tegenwoordig een microfoon en een camera aan boord en de Mensen Die Het Weten Kunnen waarschuwen regelmatig dat die dingen zo vastgeknoopt zitten aan internet dat slechteriken ze op afstand aan kunnen zetten en dat je er daarom een stickertje of een post-it overheen moet plakken.

Met de technologie van tegenwoordig is het meer verbazingwekkend dat in Star Trek een brugofficier iets moet doen om het telefoontje op het Grote Scherm te zetten, en dat je niet gewoon tegen de computer kunt roepen: "zeg computer, zet dat telefoontje eens even op 't scherm". Je kunt de computer in Star Trek tenslotte om een heleboel andere dingen wel vragen, zoals waar bemanningsleden uithangen op het schip (wat wel weer betekent dat je aan boord 100% van de tijd gestalked wordt door de boordcomputer, trouwens, dus hoezo privacy?).

Al begint ook dat praten tegen de boordcomputer zo zoetjesaan al een beetje op gedateerde sci-fi te lijken. Siri, Cortana en hun familie schijnen steeds volwassener en bruikbaarder te worden, volgens mijn kennissen. Zelf gebruik ik ze niet, ik vind het ongemakkelijk om te kletsen tegen mijn telefoon. Maar het kan, in elk geval, en het werkt min of meer fatsoenlijk ook nog, kennelijk.

Stel dat over tien of twintig of weet ik hoeveel jaar de zelfrijdende auto's echt doorbreken.

Zouden we dan met ons allen heel nostalgisch terugkijken naar TOS en TNG?

En ons verbazen over het feit dat niemand toentertijd bedacht had dat ze in de 24ste eeuw misschien wel zelfvliegende ruimteschepen zouden kunnen hebben?

donderdag 8 september 2016

Sterrenstof


We zijn sterrenstof. 

Met een levenslange liefde voor sterrenkunde weet ik dat ergens heel diep in mijn achterhoofd  natuurlijk al heel erg lang, maar in de dagelijkse waan der dingen wil ik dat nog wel eens vergeten. Laatst werd ik daar weer aan herinnerd door het in mijn archief terugvinden van deze Astronomy Picture of the Day:

Het is een weergave van het periodiek systeem der elementen (dat je ooit op de middelbare school bij scheikunde hebt geleerd en dat - als je scheikunde liever schijtkunde noemde op school - misschien nog wel eens opduikt in een nachtmerrie die je liever gauw weer vergeet). Elk element heeft zijn eigen plekje in dat diagram en er zijn allerlei patronen en familiebanden te ontwaren en ontwarren in het periodiek systeem. 

In dit specifieke periodiek systeem heeft elk element een kleurtje dat aangeeft waar 't element vandaan komt: van de oerknal is grijsblauwpaarsig, van supernova's is oranje, gemaakt door grote sterren is groen, gemaakt door kleine sterren is geel, gemaakt door kosmische straling is blauw en door de mens gemaakt is paars.  
De lucht die we inademen bijvoorbeeld, bestaat vooral uit stikstofjes (N) en zuurstofjes (O), en die zijn allebei gemaakt in grote en kleine sterren. Het water waarmee we douchen en waarin we zwemmen bestaat uit één zuurstofje (O) en twee waterstofjes (H) en komt uit sterren en van de big bang. Enzovoorts.

Alle stofjes waar alles om ons heen uit bestaat en waar wijzelf ook uit bestaan, in een handig diagram waarin je in één oogopslag ziet dat alles sterrenstof is. 
Als ik daar even tijdens de koffie over nadenk, voelt de dag meteen een heel stuk mooier! Wij zijn sterrenstof. Wij zijn kinderen van de sterren...

zaterdag 3 september 2016

Bestemming groen, deel 7 van 7

deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7


Ik zie zo'n japans bonzaiminiatuurboomgeval die in het midden op een verhoging staat. Door een kunstenaar wordt er via een grote machine tegen gezongen, en de boom volgt het gezang. Terwijl ik kijk, zie ik de vorm van een huis ontstaan, muren, dak, ramen, alles. Uiteindelijk staat er een schattig kabouterboomhuisje op het podium.

"Dit is onze nieuwe groenvormer", zegt Herman. "Hij is nog klein, maar we willen een grotere versie maken die ook hele grote bomen aan kan, om zo gebouwen en kunst te kunnen bouwen die volledig harmoniëren met de omringende natuur".

Ik kan alleen maar stilltjes toekijken hoe de boom gewillig groeit naar de gezongen wens van de vormer. En ik kan niet wáchten om dit te proberen! Allerlei ideeën borrelen in me op, onrustig schuifelen mijn voeten over de grond, en ik vraag hoe de groenvormer werkt, waarop de kunstenaar aan een lange maar interessante uitleg begint. Ik prent alles zo goed mogelijk in mijn hoofd, het schiet door me heen dat ik dit wel een poosje zou willen doen als werk. Misschien zelfs wel een hele lange poos. Ze hébben gezegd dat ze nog op zoek zijn naar mensen. Zou ik solliciteren? Is dit de kans die ik nodig heb? Het lijkt me waarachtig wel wat. Gedachten en vragen tuimelen zo snel over elkaar heen in mijn hoofd, dat ik alleen maar sprakeloos kan kijken terwijl de kunstenaar uitlegt dat de plant - éénmaal in vorm gegroeid - geen speciale vormer meer nodig heeft om in vorm te blijven, waardoor de prijzen lager kunnen liggen dan ik dacht.

's Avonds zit ik tot laat in de nacht met Herman te praten. Over huizenprijzen, grondprijzen, salaris, tweedehandsjes en wat ik verder zoal kan verwachten in deze uithoek van de melkweg. Ik mag de eerste periode bij Herman en zijn vrouw in het gastenhuis verblijven, tegen kostgeld natuurlijk. Ze kijken blij nadat dat besluit gevallen is; zo breed hebben ze het nou ook weer niet en een extra inkomen is toch wel welkom in dit huishouden. Ik vermoed dat ik best wel een poosje rustig de tijd kan nemen om naar een huisje voor mezelf uit te kijken. Een hele poos.

Slaperig bedenk ik me dat dit misschien wel precies is wat ik nodig heb.

De volgende ochtend solliciteer ik.

Ik word groenvormer.

Bestemming groen, deel 6 van 7


deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7

Ik straal over naar de planeet en zie dat Herman er is om me van het station af te halen. We begroeten elkaar met klappen op schouders en leuk-je-weer-te-ziens, waarna we naar het parkeerterrein lopen. Herman heeft een heel oud, gammel zwevertje waar hij regelmatig aan moet klussen. Een mooie nieuwe zwever kan er niet af met zijn kleine en onzekere inkomsten.

Onderweg naar zijn huis vertelt hij dat ze het gastenverblijf al helemaal klaar hebben gemaakt voor me. Dat is een voordeel van deze mooie maar schaars bevolkte planeet: grond om op te bouwen kost hier zo goed als niets, waardoor je mooie grote huizen kunt bouwen voor verrassend weinig geld. Het nadeel is natuurlijk dat je hier in een ontzettende uithoek zit, maar dat gold voor de lavahel ook. Van daar komend lijkt het hier voor mij wel het paradijs, en ik kijk mijn ogen uit onderweg. Al dat groen! Al dat water! Kijk, die planten, en bomen, en struiken, en bloemen en alles!

Na een nacht erg goed slapen en een paar dagen doorbrengen met het zien van de weinige sights en in het algemeen tot rust komen, biedt Herman op een ochtend aan om mij een rondleiding te geven op zijn werk, en te laten zien waar ze mee bezig zijn. Hij vertelt over watervormers die ze zo omgebouwd hebben dat ze ook vloeistoffen als ranja, sinaasappelsap en koemelk aankunnen. Dat wil ik natuurlijk wel eens zien!

Op zijn werk aangekomen kijk ik mijn ogen uit naar alles en ik vraag en vraag en mag zelfs van alles proberen. Ik vermaak mezelf prima en betrap mezelf regelmatig op de gedachte dat ik hier wel zou willen werken, in ieder geval een poosje. De mensen zijn aardig en wat ik dat korte poosje aan bedrijfscultuur ervaar bevalt me ook wel.

Ik experimenteer wat met een watervormer en maak iets simpels: een zonnebloem van sinas. Van het onderste blad druppelen sinasdauwdruppels in een bassin zodat mensen een glas sinas kunnen tappen.

Ze zijn enthousiast dat ik dat zo vlot voor elkaar krijg en ik begin aan de waterdolfijn waar ik al zo lang naar verlang. Maar voordat ik er serieus aan kan beginnen, zegt Herman dat ik nog één ding moet zien. "We hebben het mooiste en bijzonderste voor het laatst bewaard", zegt hij, "en aangezien je vorige week onderweg van het transportstation naar huis zo je ogen uitkeek, denk ik dat je dit net als ik erg bijzonder zult vinden, ook al verkeert het nog in het experimentele stadium".

Hij neemt me mee naar een afgesloten zaal. Wat ik daar zie is zo onverwacht dat ik eventjes helemaal niet weet wat ik moet zeggen.

vrijdag 26 augustus 2016

Bestemming: groen, deel 5 van 7


deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7 

Herman heeft een bericht gestuurd: of ik een poosje kom logeren. Ik antwoord dat ik die uitnodiging graag aanneem en bekijk hoe ik het beste daar kan komen. Op school waren we beste vrienden, maar terwijl ik in de lavakunst onder het juk van megacorporaties verzeild ben geraakt, kwam hij in de kleinschalige experimentele kunst terecht en ik moet toegeven dat ik erg nieuwsgierig ben naar wat hij nu doet en welke ideeën en mogelijkheden dat mij zal geven.


Maar eerst moet ik zorgen dat ik bij Herman kom, en aangezien hij twee zonnestelsels verderop woont en vervoer niet goedkoop is, heb ik een probleem. Na veel zoeken blijk ik een baantje te kunnen krijgen als bartender op een cruiseschip dat die kant op gaat. Omdat ik tijdens mijn opleiding een bijbaantje had als bartender, gaat me dit vast lukken en dus grijp ik deze kans graag aan.


Mijn eerste avond van een week achter de bar blijkt dat dit het schip is dat richting de geslachtloze planeet gaat waarvan ik de naam ben vergeten, want hij zit aan de bar. We begroeten elkaar vrolijk en opgeruimd. Net op tijd denk ik er aan dat hij wil dat ik het zeg in plaats van hij. Ik kan me vaag herinneren dat hij en zij beledigend waren voor ze. Dus zeg ik braaf "het", en negeer het onbehaaglijke gevoel dat ik vreselijk onbeleefd aan het wezen ben." 's Lands wijs, 's lands eer", zei mijn moeder zaliger altijd als ik begon over de rare gewoonten van anderen.


Een week achter de bar op een cruiseschip is leuk maar zwaar. Aangezien de bar pas om twee uur 's nachts dicht gaat en we daarna natuurlijk nog moeten schoonmaken, lig ik niet voor half vijf in de ochtend in mijn bed. En om negen uur moet ik weer present wezen, want om tien uur gaat de bar open en moet alles er tiptop uitzien en natuurlijk moet de koffiepot goed gevuld zijn voor alle passagiers. Gelukkig zijn de passagiers aardig en ik lach en klets en maak grappen terwijl ik koffie, thee, bier, wijn, martini's en bloody marys inschenk. Deze week lach ik meer dan dan in de drie jaren daarvoor.


Misschien is bartender worden wel een goed idee.

woensdag 17 augustus 2016

Bestemming: groen, deel 4 van 7


deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7

"Misschien had ik gisteravond toch niet zoveel moeten drinken", denk ik als ik de volgende ochtend met mijn magere bagage op de transporter stap. Ik heb een gigántische kater (na de lavahel ben ik echts niks meer gewend qua drank) en dat zal een fatsoenlijk exitgesprek niet echt meehelpen. Al weet ik nog niet of ik na de lavahel wel een fatsoenlijk exitgesprek wil, ik heb een sterke behoefte om te vloeken, schelden en tieren om alle ongelijkheid, onredelijkheid en uitbuiting waar ik onderdeel van was.

Maar een fatsoenlijk afscheid vergroot wel de kansen om er definitief en voorgoed van af te zijn, dus daar moest ik toch maar mijn best voor doen. Wie weet kan ik zelfs een gunstige referentie lospeuteren.

Ik sta omhoog te kijken naar een gebouw dat zo pompeus en overweldigend is dat het overduidelijk is bedoeld om je héél klein te laten voelen. Maar omdat ik inmiddels weet hoe ze het geld kunnen hebben voor pompeus en overweldigend, ben ik niet meer onder de indruk. Wel sta ik in de foyer even stil bij de prachtige kunstwerkjes van watervormers. Watervormers hebben me altijd getrokken en ik bewonder de flora en fauna van water uitbundig terwijl ik wacht. Ik denk er maar niet over na dat er duidelijk nergens lavakunst te vinden is.

Het gesprek ging verrassend goed. Verbluffend goed zelfs, ze zitten duidelijk erg om lavakunstenaars verlegen. Maar ik ga mooi niet terug en laat de deur van het gebouw met volle tevredenheid voorgoed achter me dicht zoeven. Wel ben ik blij met mijn supergoede referentie, die kan ik mooi van de daken schreeuwen. Ik kijk omhoog en verbaas me over de blauwe kleur van de lucht, het wit van de wolken en de strelende warmte van de zon. Wat zijn die wolken hier schitterend wit! En wat is de lucht zo práchtig blauw!

Doelloos loop ik door de straten van de stad met nog net genoeg geld voor één nacht in luxe. Of een paar nachten in simpele eenvoud en een tijdje wat simpels te eten. Twijfelend loop ik naar het nogal afstands ogende centrale hyperloopstation, terwijl het kind in mij zich verheugt op een ritje met die ouderwetse hyperlooptreintjes.

Uiteindelijk zet ik toch maar koers naar het armere deel van de stad. Het lijkt me toch wel verstandig om zuinig aan te doen. Wie weet kan ik het dan wel een week rekken, en zodoende goed voor de dag komen bij mijn kennissen. Ik heb de komende dagen drie keer koffie drinken en één lunch staan. Veel meer dan ik verwacht had, iedereen is zogenaamd nieuwsgierig naar mijn verhaal en staat in werkelijkheid te popelen om zijn verhaal aan mij te vertellen.

Na een kamer in een motel geregeld te hebben, koop ik bij een supermarkt een sandwich bij wijze van diner, en even verderop ga ik op een bankje op een plein zitten om te eten. Mensen zijn overal naartoe onderweg aan het forenzen terwijl ik bij de fontein zit te kijken hoe kinderen dolfijntje spelen in het spetterende water.

Heerlijk, dat geklater!

donderdag 11 augustus 2016

Bestemming: groen, deel 3 van 7

deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7

Opgetogen stap ik op de transporter om van de planeet afgestraald te worden. Ik moet terug naar het hoofdkwartier voor de ontslagformaliteiten. Met blijdschap laat ik mijn hittepak achter terwijl ik bedenk dat ik wel een springende dolfijn zou willen maken. Van marmer of zo iets koels. Of misschien met een watervormer. Een dolfijn van water lijkt me heerlijk.

Op het ruimteschip krijg ik een riante hut toegewezen, die comfortabel is ingericht met koele kleuren. Twee grote schilderijen hangen aan de wand, vast reproducties. Het bedrijf zou nooit geld uitgeven aan een echte mondriaan. Maar dat maakt me niet meer uit, blij kijk ik om me heen terwijl ik een slok neem van mijn wijn. Wijn nota bene! Wat een luxe om wijn te kunnen drinken in plaats van enkel water! Het welkomsthologram legt uit waar de sportzaal is en waar de bar en het restaurant te vinden zijn.

Wraakzuchtig besluit ik om in restaurant het duurste te gaan eten dat ze hebben want het bedrijf betaalt alles. Dus ook al vind ik het afschuwelijk smaken, ik neem het duurste wat op de kaart staat, ik heb immers wat in te halen, vind ik zelf.

Nu ik zie hoe de hoge piefen zichzelf met luxe omringen terwijl ze ons medewerkers in kale kloostercellen laten huizen, voel ik me gesterkt in mijn besluit om weg te gaan. Hier wil ik niet langer deel van uitmaken. Omdat ik me toch wel heel onbehaaglijk voel als ik naar de toekomst kijk, mijd ik de toekomst voorlopig als de pest. Ik moet er maar op vertrouwen dat het linksom of rechtsom op zijn pootjes terecht komt.

De reis naar de aarde duurt drie week. Ik gebruik de tijd om volop te genieten van alles wat het schip te bieden heeft. Het is bijna een cruiseschip, en zo ben ik een beetje op vakantie. Ik zwem, ga naar de film en naar dansavondjes, eet elke avond luxueuze schotels in het restaurant en spring flink uit de band.

Ik stuur berichten naar kennissen en vrienden van school en krijg al snel een paar uitnodigingen terug om eens bij te praten. Hoe het nu gaat, vragen ze en wat ik nu ga doen. Omdat ik nog geen flauw idee heb wat ik ga doen, antwoord ik in algemene gemeenplaatsen en zeg ik dat ik ga genieten van de vrijheid en op zoek ga naar mijn echte ik en mijn echte passie. Zelfs na meer dan honderdvijftig jaar doet die ouderwetse vroeg-eenentwintigsteëeuwse hippietaal het nog goed, ontdek ik verbaasd.

De laatste avond flirt ik wat met een medepassagier die vanochtend aan boord gekomen is en overstapt op aarde voor de reis naar huis. Ze hebben binnenkort de één of andere bijzondere familiefeestdag. Bijeenkomst. Dinges. Hijzij komt van een planeet waar ze geen geslachten hebben, ontdek ik na een paar gezamenlijke biertjes aan de bar. Terwijl ik er aan probeer te denken dat ik "het" moet zeggen in plaats van "hij" omdat hij kennelijk beledigend is, luister ik naar wat het vertelt: ze hebben geen geslachten zoals wij. Geen mannen, geen vrouwen. Of ze hebben twee geslachten zo je wil, want ze zijn geslachtloos en toch hermafrodiet. Of zoiets in elk geval. Ik probeer te snappen wat het uitlegt, maar faal jammerlijk omdat ik te veel gedronken heb. Gelukkig kan ik morgenochtend het bier de schuld geven van mijn gebrek aan helderheid vanavond.