donderdag 8 december 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 7 van 9

Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

De drie wetenschappers keken gefascineerd hoe land en zee onder hen voorbij vlogen terwijl de slee stug op koers bleef naar het noorderlicht. Kennelijk was het hoofdkwartier op de noordpool, weer net als in de kerstliedjes. "Goh", zei professor Fonda, "alles is tot dusver precies als in de kerstliedjes, zou dat hoofdkwartier dan bestaan uit enorme speelgoedfabrieken?". Silmana lachte vrolijk en zei dat ze dat wel zien zouden als ze er waren.

Professor Fonda bekeek Silmana nu met heel andere ogen. Ze hadden een poos naar zijn uitleg zitten luisteren, en ze hadden de bewijzen gezien die Silmana tot dusver verzameld had. Alles met elkaar waren ze nu wel overtuigd van zijn goede bedoelingen. Dat ze zelfs de beurs voor hun onderzoek aan bemoeienissen van Silmanas ministerie te danken hadden, had helemaal de deur dicht gedaan.

Intussen wisten ze wel meer van de situatie. Het bleek dat de handel in sterrendiamanten aan deze zijde van de poort voornamelijk liep via de georganiseerde misdaad, die sterrendiamanten door de poort smokkelde om ze aan de andere zijde via onwetende juweliers zoals Kodiko te verkopen.

Omdat Silmana politierechercheur was, was hij zo bij de zaak betrokken geraakt. Handel in elfen was niet bepaald de mensenhandel waar Silmana gewoonlijk bij betrokken was, maar vanwege de enorme bedragen die er in deze handel omgingen, werd zijn ervaring bijzonder op prijs gesteld door de undercover agenten die al aanwezig waren op Kerstania. Het onderzoek van de wetenschappers was door Silmana met vreugde begroet: de mensen moesten weten wat er gebeurde omdat de wetten over mensenhandel enkel over mensen ging en niet over elfen of andere bewuste wezens waarvan de mensen niet wisten dat ze bestonden. Dat detail maakte dat de handel in sterrendiamanten volledig legaal was, en dus ook dat politie en justitie eigenlijk maar weinig konden doen, ook al was dit overduidelijk niet in de haak. En daar kwamen de wetenschappers in beeld: mits juist aangepakt konden hun onderzoeken en publicaties helpen de mensen te overtuigen van de verkeerdheid van dit alles.

Een slangenkuil was het, dacht professor Fonda. Dat had die oude van Vliet goed gezien tijdens dat gesprekje op het plein. Ze zouden hun onderzoek met plezier doen en met vreugde openbaar maken als dat ervoor kon zorgen dat iedereen hier rechtvaardig behandeld werd. Eerst en vooral moesten ze wetenschappelijk bewijzen dat de wezens hier bewust waren, en denkend, en konden organiseren, en alles. Het tafereel met de balies in de aankomsthal suggereerde alvast een uitgebreide bureaucratie, en dat betekende toch een samenleving met een hoge organisatiegraad. Daarom hadden ze hier net zo goed recht op mensenrechten als ieder ander, vond de professor. Al moest je die dan natuurlijk wel anders noemen.

Het landschap onder hen was intussen wit geworden en de lucht koud. De rendieren zetten de daling in en voorzichtig landde de slee op wat er uitzag als een klein vliegveld, compleet met landingsbaan en verkeerstoren. Voor een klein gebouwtje kwamen ze tot stilstand. Daarachter was een uitgestrekte stad zichtbaar. Ze stapten uit en een sterrendiamant kwam hun kant op zoemen en bleef stil hangen voor het gezicht van professor Fonda. Intuïtief stak hij zijn vlakke hand uit, en met een tinkelend plofje veranderde de sterrendiamant in de kleinste elf die hij hier tot dusver gezien had. Het was een vrouwelijk exemplaar en ze ging koket op zijn hand zitten.

"Dag heren", kwetterde de elf terwijl ze knipoogde naar de professor. Ze deed de professor tegelijkertijd aan Betty Boop en aan Tinkelbel denken en even was hij de lieftallige Latoko volledig vergeten. "Ik ben Rika. Welkom op Kerstania!". Met een tinkel was ze verdwenen, om even later op menselijke grootte voor hen te staan. "Zo", zei ze vrolijk terwijl ze voor hen uitliep naar een door yaks getrokken koets, "deze grootte vinden jullie vast prettiger. "

Ze bracht hen uiteindelijk naar een comfortabel ingerichte zitkamer waar het haardvuur lustig brandde. Een schenkkan en kopjes stonden naast een schaal koekjes op tafel, de kan bleek warme chocolademelk te bevatten. De jonge van Vliet bromde goedkeurend en schonk alvast drie kopjes in voor hen. Het laatste deel van de reis was toch wel wat koud geweest. "HO HO HO!", hoorden ze even later een stem in de gang lachen. "Jullie hebben je alvast maar ingeschonken! Heel goed, heel goed. Voel je op je gemak bij ons!". Ze keken om en een gezette figuur in rood-witte kleding stond op de drempel. De Kerstman!

donderdag 24 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 6 van 9


Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Buiten de deur volgde het gezelschap Silmana naar een rustig hoekje van de tuin, waar ze eventuele afluisteraars van verre konden zien aankomen. "Heren", begon Silmana, "zoals u wellicht al gezien hebt, hebben wij veel te doen met betrekking tot de elfen oftewel sterrendiamanten. Aangezien u drieën wetenschappers bent, en dus geen handelsbelangen hebt, neem ik nu het risico om u te vertrouwen", ging Silmana op zachte toon verder.

"Een sterrendiamant is één van de vele vormen van de elfen die hier wonen. Het gaat hier om bewuste, denkende, aanspreekbare wezens met een eigen wil en een eigen mening. Het is verkeerd om hen te verhandelen alsof zij dieren of dingen zijn. Een aantal van ons is in de handelsketen geïnfiltreerd en met uw hulp hopen wij die handel op te kunnen rollen. Om ook aan deze zijde hulp te kunnen hebben en bieden, heb ik een audiëntie geregeld met het staatshoofd hier. Over tien minuten worden we opgehaald op het plein hier recht tegenover en dan …"

"Wacht even!", onderbrak de oude van Vliet, " 'We'? Wie zijn die 'we' eigenlijk? En wat hebben zij met ons onderzoek te maken? Ik wil wel wat meer van deze slangenkuil weten voor ik verder ga." Professor Fonda knikte instemmend, daar was hij ook wel benieuwd naar. Er was hier van alles aan de hand waar zij totaal niets van wisten en wat voor hun onderzoek van belang kon zijn.

"Terechte vraag", vond Silmana, "ik zal onderweg alles uit de doeken doen, ik hoor ons vervoer al aankomen. Voorlopig kunt u er van op aan dat ik met lijf en leden garant sta voor uw welzijn". Enigszins gerustgesteld luisterde professor Fonda, maar hoorde niets, behalve het zachte tinkelen van belletjes ver weg dat langzaam dichterbij leek te komen.

"Ik hoor niets", zei hij.
"Hoort u die belletjes?".
"Ja, maar wat hebben die belletjes…"
"Dat is ons vervoer. Kijk daar in de lucht".

En Silmana wees naar de horizon, waar een klein stipje langzaam groter werd, en uiteindelijk de vorm aannam van een heuse arrenslee met rendieren.

De arrenslee landde, en de professor zag dat hij leeg was. Er waren comfortabel uitziende banken waar ze op konden zitten, en achteraan was een grote bak waar kennelijk op kerstavond de grote zak met pakjes in vervoerd werd. Even voelde hij zich weer een kind, die aan de hand van zijn moeder bij het warenhuis in de rij stond voor een ontmoeting met de kerstman. Het zag er echt naar uit dat dat onbekende staatshoofd de kerstman kon wezen, al was dat natuurlijk ongelooflijk. Maar in de korte tijd die hij nu op deze wereld was, had hij aan de lopende band ongelooflijke dingen gezien.

Silmana nam hen mee om met de rendieren kennis te maken. Hij stelde ze alle negen voor (zelfs de namen van de rendieren klopten precies, bedacht de professor opgewonden) en één voor één negen ze het hoofd ter begroeting. "Prettig kennis te maken", sprak de voorste, die voorgesteld was als Rudolf en net zo'n rode lichtgevende neus had als in de kerstliedjes. "Als u in de slee stapt, brengen wij u naar het hoofdkwartier. Gelieve wel de gordels vast te maken, want we zullen hoog en snel vliegen en als u uit de slee valt, kunnen we niet vlug genoeg bij u zijn om u op te vangen voor u te pletter valt". Ze klauterden in de slee en vertrokken meteen met een flinke vaart.

zaterdag 19 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 5 van 9

Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Hij wist niet wat hij zag, en daarom stond professor Fonda met open mond en grote ogen te staren. "Sodeju, werkelijk zeg, sodeju", hoorde hij de jonge van Vliet naast hem vol verbazing mompelen. En wát een magnifiek gezicht was het!

Ze stonden in een grote hal, een soort foyer, met aan de ene kant een serie balies en aan de andere kant hoge ramen en glazen deuren die uitkwamen op wat een grote tuin leek. Vreemd vertrouwde wezens krioelden door elkaar, bezig met wie-weet-wat, en sterrendiamanten zweefden door de lucht terwijl ze glinsterend fonkelende stof uitstrooiden. Professor Fonda wist niet waar hij moest beginnen met kijken, maar na een ogenblik begonnen hem toch dingen op te vallen.

Voor een balie stonden twee rendieren met rode neuzen op luide toon te redetwisten met het peperkoekmannetje dat achter die balie hulpeloos met een vel papier stond te zwaaien. Een balie verderop zweefden een stel elfjes die bezig waren met het invullen van een stapel formulieren, hun fragiele vleugeltjes glinsterend in het licht van de enorme kerstboom die in het midden van de hal vrolijk kerstliedjes stond te zingen. Een grote zwerm rood-witte snoepstokken hinkelde over het grasveld buiten terwijl ze onder elkaar vrolijk kwetterden. Terwijl hij naar ze stond te kijken, veranderden de twee elfjes pardoes in sterrendiamanten en scheerden door één van de deuren naar buiten over de snoepstokken heen, waar de snoepstokken zo van schrokken dat ze pardoes alle kanten uit hinkelden. Het was net een troep mussen, vond professor Fonda.

"Silmana had gelijk", dacht de professor, "het zijn inderdaad levende wezens. Elfjes nog wel!". Iemand naast hem porde hem in de zij.

"Wat een kerstige boel hier, niet?", zei de jonge van Vliet met een lyrische uitdrukking op zijn gezicht. "Is het niet geweldig!".

"Ja, zag je net ook hoe die twee elfjes ginder pardoes in sterrendiamanten veranderden?", vroeg professor Fonda.

"Ja, man! Zouden die sterrendiamanten die bij ons thuis verkocht worden ook elfjes zijn? En kunnen ze dan nog wel terug veranderen, of zitten ze opgesloten?". De lyrische uitdrukking op het gezicht van de jonge van Vliet was verdwenen en had plaatsgemaakt voor een bezorgde uitdrukking. "We hebben hier in elk geval een hoop te doen, en thuis straks ook, want dat kan natuurlijk niet zomaar.", besloot de jonge van Vliet strijdlustig.

donderdag 10 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 4 van 9



"Zo!", zei professor Fonda tegen iedereen, "volgens mij hebben we nu alles. Heeft iedereen het noodzakelijke ingepakt? Ja? Mooi, dan kunnen we gaan. Op naar de sterrenpoort!", sprak hij terwijl hij zijn rugzak op zijn rug hees. Verbaasd keek hij om toen zijn twee mede-expeditieleden begonnen te klappen. Die reactie op zijn toch wel erg magere aanmoedingspreek had hij niet verwacht. Maar kennelijk was de magie van het onbekende achter de sterrenpoort sterk genoeg om ook hen te betoveren.

Hij liep de trap op en bleef op het podium vlak voor de poort nog even staan. Na nog één blik achterom naar Kodiko en Latoko richtte hij zijn aandacht op de paarse schemering voor hem waar Silmana al in verdween. Met een mengeling van angst en nieuwsgierigheid ging hij Silmana achterna naar het onbekende.

De paarse schemering in de poort was desoriënterend en drukkend en professor Fonda was blij dat hij na een lange minuut kon afstappen. Hij stond in een groot gebouw, kennelijk was de poort ook hier in een groot gebouw gebouwd. Of was het gebouw om de poort heen gebouwd. Om de poort te beschermen? Om de toegang te kunnen controleren? De poort begon achter hem luid te zoemen, en hij liep gauw de trap af om plaats te maken voor van Vliet en zich bij Silmana te voegen. Hij was het inmiddels volledig eens met Latoko's oordeel dat Silmana een louche sujet leek. Aan de andere kant moest hij toegeven dat Silmana in zijn leven weinig keuze gehad had en toch net als ieder ander eten en spullen moest kunnen kopen. De jonge idealist in de professors hoofd vroeg zich af hoeveel Silmanas er rondliepen in de bendes straatkinderen thuis, en hoeveel daarvan gered konden worden van een uitzichtloos lot als huurling. Hij schrok op uit zijn mijmering toen Silmana zijn stem verhief.

"De plaatselijke bevolking is heel vriendelijk", legde Silmana uit, "maar de tussenhandelaren die de sterrendiamanten verhandelen zijn keihard, en vaak onderdeel van de maffia. Met hen moet je uitkijken, zij geloven enkel in het recht van de sterkste." Met een veelbetekenende blik op de professor liep Silmana een eindje opzij en de professor volgde hem.
"Luister, professor, ik weet dat u geen hoge pet van mij op heeft. En terecht, want uw enige kennis over mij komt van Kodiko. Maar het is goed dat u en uw expeditie meegegaan zijn, want er zijn hier een hoop dingen verschrikkelijk mis en we kunnen goede wetenschappers goed gebruiken."
"Nou, ach, eh", begon de professor hakkelend, "ik ben hier voor wetenschappelijke studie, niet om maatschappelijke problemen op te lossen. "
"Wetenschappelijke studie en de bijbehorende publicatie is juist wat nodig is", antwoordde Silmana fel, "want die sterrendiamanten zijn geen mineralen, maar levende wezens in gekristalliseerde vorm. Dénkende wezens, bewúste wezens, waar je mee kunt praten en lachen en debatteren en alles. U zult het straks wel zien.

Professor Fonda bleef geschokt achter. Levende wezens in kristalvorm? Dat zette niet alleen zijn ideeën over wat wel en niet leven is op zijn kop, maar riekte ook naar slavernij. Wat was er nou precies aan de hand? Door de geheimzinnigheid was hij op zijn hoede en door de opmerkingen van Silmana wist hij niet helemaal meer wat hij aan die man had en was hij danig van zijn stuk gebracht.

"Oké mensen!", riep Silmana tegen de hele groep wetenschappers, "zo meteen, achter die deur, zullen jullie je eerste glimp opvangen van deze wereld en haar bewoners. Wees voorzichtig: er gelden hier andere regels dan thuis en zelfs de natuurwetten werken hier anders. En wees vooral op je hoede voor de magie: dat hebben we thuis niet dus je hebt geen idee wat het doet, kan, en wat de risico's zijn." Met die woorden stapte Silmana resoluut de deur door en de expeditieleden dromden gretig achter hem aan, nog nieuwsgieriger geworden dan ze al waren door Silmanas opmerkingen over andere natuurwetten en magie.

donderdag 3 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 3 van 9

Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Geïnteresseerd nipte professor Fonda van zijn koffie en ging het hele verhaal in gedachten nog eens na. Dat onderzoek van die sterrendiamanten leek hem wel wat, zijn huidige werkzaamheden konden wel een poosje wachten tot hij terug was van een expeditie. Hij moest morgen die oude van Vliet eens vragen, die was even nieuwsgierig als hij naar de sterrenpoort en de sterrendiamanten, en had bovendien een jonge, sterke en slimme assistent die de klus zeker weten aankon. En hij moest voordat hij wegging ook nog maar eens een bezoekje brengen aan de schietbaan. Latokos opmerking dat die Silmana zaken achterhield, en in het algemeen een louche sujet leek, zinde hem niet. Dergelijke zaken voelde ze over het algemeen goed aan en hij had door de jaren heen groot vertrouwen ontwikkeld in haar oordeel. Het was verstandig om op alle eventualiteiten voorbereid te zijn.

Die avond zat Latoko als een toonbeeld van welopgevoedheid naast het haardvuur te frivolitéën terwijl haar man brieven zat te schrijven. Het viel haar op dat het kennelijk niet wou vlotten, de pen bleef vaak werkeloos in de lucht hangen. Maar ze piekerde er niet over om haar man bij te staan na de ruzie van eerder die dag. "Hij is vast bezig met een brief aan Silmana, laat hem maar ploeteren", dacht ze bij zichzelf. Ze wijdde haar aandacht weer aan haar handwerkje en deed alsof ze niets gezien had van zijn moeilijkheden.

De brief waar Kodiko aan werkte wou inderdaad niet vlotten. Silmana als tussenhandelaar zat hem dwars, hij zou liever zaken doen met de leveranciers achter de sterrenpoort. Want hij was tot de conclusie gekomen dat zijn vrouw gelijk had: Silmana was een louche sujet waar je misschien beter maar niet al te veel mee te maken kon hebben. Haar suggestie om de professor er op af te sturen had hij weggewuifd maar ondertussen stiekem wel een goed idee gevonden. Die ouwe graver was vast zo nieuwsgierig dat hij meteen stond te springen om te gaan, en dan kon hij gelijk mooi een brief van Kodiko meenemen naar wie het dan ook was die over de sterrendiamanten ging. Het idee om zelf te gaan, kwam niet in Kodiko op: hij hechtte daarvoor net te veel waarde aan alle comfort om hem heen.

donderdag 27 oktober 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 2 van 9


Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

"Het handschrift ziet er authentiek uit", zei professor Fonda mompelend terwijl hij door een vergrootglas tuurde, "maar het perkament lijkt veel nieuwer dan de andere voorwerpen die we opgegraven hebben. Er lijkt een gerede kans dat dit een vervalsing is en het moet nader onderzocht worden." Verstoord keek de professor even later op van zijn vergrootglas toen er op de deur geklopt werd.

"Binnen!"

De deur ging open en Latoko kwam binnen. "Welkom, welkom, ga zitten!", riep de professor verheugd. "Wil je koffie? En hoe is het met je man?". Latoko zuchtte en zei dat ze om hem juist hier was. "Hij heeft samen met die griezel van een Silmana een grote voorraad buitenaardse edelstenen gevonden, sterrendiamanten noemen ze ze. Of eigenlijk is Silmana degene die ze gevonden heeft en ze door de sterrenpoort heen mee hierheen neemt. Kodiko is zelf nog nooit naar de andere kant gereisd maar verhandelt ze hier wel. Hij wil niets weten van onderzoek ter plekke, maar we weten niets van die sterrenstenen, hoe ze ontstaan of wat dan ook! Daarom ben ik nu zonder mijn mans medeweten hier."

De professor overhandigde haar een kop koffie. Ze zag er angstig en ongerust uit in dat zomerse niemendalletje van haar (en dat haar wel heel goed stond, voegde een stem in zijn achterhoofd daar aan toe). Voor de zoveelste keer verbaasde het hem dat een vrouw als zij verbonden was aan een man als Kodiko. Ze pasten totaal niet bij elkaar en hij kon zich niet voorstellen wat het was dat hen in elkaar aangetrokken had.

Als natuurliefhebber hoorde Latoko met haar groene vingers thuis in het bos, kruiden zoekend onder het groene bladerdak. Of misschien op een archeologische opgraving, voorzichtig met haar vingers het zand van oud aardewerk vegend. In ieder geval niet in die grauwe steenklomp dat haar man een huis noemde, terwijl ze pogingen deed om de stadse mevrouw van goede komaf te zijn en braaf de mode te volgen.

Zijn gedachten keerden terug naar het gesprek. Latokos onrust klonk als gefladder van elfenvleugels door in haar stem. "Ik zou het toch héél erg op prijs stellen als u kans zou zien om hier onderzoek aan te wijden, want er klopt ergens iets niet. Silmana houdt informatie achter!". Als een vlinder die uit zijn cocon kruipt, werden haar ware gevoelens over deze hele zaak zichtbaar op haar gezicht. De professor zag ergernis, frustratie, angst, haat en woede elkaar afwisselen.

"Ik heb van sterrendiamanten gehoord", zei de professor, "en ik ken wel een paar collega's die staan te trappelen om ze nader te onderzoeken. Zelf ben ik ook wel erg geïnteresseerd in de landen en culturen achter de sterrenpoort, moet ik bekennen. Ik zal eens een balletje opgooien tijdens de vrijmibo morgen, en dan hoor je wel wat er uit komt". Hij schonk nog een kopje koffie in voor hen beiden en ze praatten nog wat over koetjes en kalfjes voordat Latoko terugging naar huis.

woensdag 26 oktober 2016

De duistere zijde


Bij mij op de wc hangen aan de tegels een stel papiertjes geplakt van oude scheurkalenders. Allemaal hebben ze één of andere wijsheid aan mij te presenteren. Meestal negeer ik ze, want ik zie ze zo vaak. Maar soms lees ik ze toch weer eens. Eentje zegt onder andere dat "duister" niet noodzakelijk iets slechts is, maar alleen maar iets onbekends, iets waar het licht nog niet op schijnt.

En als ik dan Star Wars zit te kijken, of Harry Potter zit te lezen, valt me weer op dat we schijnbaar met ons alles vinden dat "duister" iets slechts hoort te zijn. Heer Voldemort was duister en vermoordde iedereen die hij niet leuk genoeg vond, en kanselier Palpatine alias de keizer is ook van de duistere zijde en een onaangenaam figuur. En Anakin Skywalker/Darth Vader past natuurlijk ook precies in dat rijtje, al is bij hem nog een restje licht aanwezig dat de kop opsteekt als zijn zoon Luke in Star Wars 6 gillend van de pijn smeekt "Vader, alstublieft!".

Bij duister moet je vooral ver weg blijven, roepen films en boeken ons kennelijk toe. Duister is eng, en slecht. Duister is mensen vermoorden voor de lol, en misbruik maken van de macht die je via list, bedrog en achterbakse trucs naar je toe hebt weten te schrapen.

Eigenlijk best wel raar, als je bedenkt dat we van allerlei zelfhulperige kanten voordurend aangemoedigd worden om onszelf te zoeken, de onbekende kanten van onszelf te leren kennen en buiten onze comfortzone te treden. Om dat duister op te zoeken, dus. Als we het leren kennen, is het immers niet duister en onbekend meer. Dan schijnt er een lampje op.

En ondanks dat hele uit-je-comfort-zone-leer-jezelf-kennen-gedoe zijn we schijnbaar met ons allen toch bang voor het donker, en willen we graag een nachtlampje aan houden, omdat we ons niet willen laten verleiden door de Duistere Zijde.