vrijdag 26 augustus 2016

Bestemming: groen, deel 5 van 7


deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7
 
Herman heeft een bericht gestuurd: of ik een poosje kom logeren. Ik antwoord dat ik die uitnodiging graag aanneem en bekijk hoe ik het beste daar kan komen. Op school waren we beste vrienden, maar terwijl ik in de lavakunst onder het juk van megacorporaties verzeild ben geraakt, kwam hij in de kleinschalige experimentele kunst terecht en ik moet toegeven dat ik erg nieuwsgierig ben naar wat hij nu doet en welke ideeën en mogelijkheden dat mij zal geven.


Maar eerst moet ik zorgen dat ik bij Herman kom, en aangezien hij twee zonnestelsels verderop woont en vervoer niet goedkoop is, heb ik een probleem. Na veel zoeken blijk ik een baantje te kunnen krijgen als bartender op een cruiseschip dat die kant op gaat. Omdat ik tijdens mijn opleiding een bijbaantje had als bartender, gaat me dit vast lukken en dus grijp ik deze kans graag aan.


Mijn eerste avond van een week achter de bar blijkt dat dit het schip is dat richting de geslachtloze planeet gaat waarvan ik de naam ben vergeten, want hij zit aan de bar. We begroeten elkaar vrolijk en opgeruimd. Net op tijd denk ik er aan dat hij wil dat ik het zeg in plaats van hij. Ik kan me vaag herinneren dat hij en zij beledigend waren voor ze. Dus zeg ik braaf "het", en negeer het onbehaaglijke gevoel dat ik vreselijk onbeleefd aan het wezen ben." 's Lands wijs, 's lands eer", zei mijn moeder zaliger altijd als ik begon over de rare gewoonten van anderen.


Een week achter de bar op een cruiseschip is leuk maar zwaar. Aangezien de bar pas om twee uur 's nachts dicht gaat en we daarna natuurlijk nog moeten schoonmaken, lig ik niet voor half vijf in de ochtend in mijn bed. En om negen uur moet ik weer present wezen, want om tien uur gaat de bar open en moet alles er tiptop uitzien en natuurlijk moet de koffiepot goed gevuld zijn voor alle passagiers. Gelukkig zijn de passagiers aardig en ik lach en klets en maak grappen terwijl ik koffie, thee, bier, wijn, martini's en bloody marys inschenk. Deze week lach ik meer dan dan in de drie jaren daarvoor.


Misschien is bartender worden wel een goed idee.

woensdag 17 augustus 2016

Bestemming: groen, deel 4 van 7


deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7

"Misschien had ik gisteravond toch niet zoveel moeten drinken", denk ik als ik de volgende ochtend met mijn magere bagage op de transporter stap. Ik heb een gigántische kater (na de lavahel ben ik echts niks meer gewend qua drank) en dat zal een fatsoenlijk exitgesprek niet echt meehelpen. Al weet ik nog niet of ik na de lavahel wel een fatsoenlijk exitgesprek wil, ik heb een sterke behoefte om te vloeken, schelden en tieren om alle ongelijkheid, onredelijkheid en uitbuiting waar ik onderdeel van was.

Maar een fatsoenlijk afscheid vergroot wel de kansen om er definitief en voorgoed van af te zijn, dus daar moest ik toch maar mijn best voor doen. Wie weet kan ik zelfs een gunstige referentie lospeuteren.

Ik sta omhoog te kijken naar een gebouw dat zo pompeus en overweldigend is dat het overduidelijk is bedoeld om je héél klein te laten voelen. Maar omdat ik inmiddels weet hoe ze het geld kunnen hebben voor pompeus en overweldigend, ben ik niet meer onder de indruk. Wel sta ik in de foyer even stil bij de prachtige kunstwerkjes van watervormers. Watervormers hebben me altijd getrokken en ik bewonder de flora en fauna van water uitbundig terwijl ik wacht. Ik denk er maar niet over na dat er duidelijk nergens lavakunst te vinden is.

Het gesprek ging verrassend goed. Verbluffend goed zelfs, ze zitten duidelijk erg om lavakunstenaars verlegen. Maar ik ga mooi niet terug en laat de deur van het gebouw met volle tevredenheid voorgoed achter me dicht zoeven. Wel ben ik blij met mijn supergoede referentie, die kan ik mooi van de daken schreeuwen. Ik kijk omhoog en verbaas me over de blauwe kleur van de lucht, het wit van de wolken en de strelende warmte van de zon. Wat zijn die wolken hier schitterend wit! En wat is de lucht zo práchtig blauw!

Doelloos loop ik door de straten van de stad met nog net genoeg geld voor één nacht in luxe. Of een paar nachten in simpele eenvoud en een tijdje wat simpels te eten. Twijfelend loop ik naar het nogal afstands ogende centrale hyperloopstation, terwijl het kind in mij zich verheugt op een ritje met die ouderwetse hyperlooptreintjes.

Uiteindelijk zet ik toch maar koers naar het armere deel van de stad. Het lijkt me toch wel verstandig om zuinig aan te doen. Wie weet kan ik het dan wel een week rekken, en zodoende goed voor de dag komen bij mijn kennissen. Ik heb de komende dagen drie keer koffie drinken en één lunch staan. Veel meer dan ik verwacht had, iedereen is zogenaamd nieuwsgierig naar mijn verhaal en staat in werkelijkheid te popelen om zijn verhaal aan mij te vertellen.

Na een kamer in een motel geregeld te hebben, koop ik bij een supermarkt een sandwich bij wijze van diner, en even verderop ga ik op een bankje op een plein zitten om te eten. Mensen zijn overal naartoe onderweg aan het forenzen terwijl ik bij de fontein zit te kijken hoe kinderen dolfijntje spelen in het spetterende water.

Heerlijk, dat geklater!

donderdag 11 augustus 2016

Bestemming: groen, deel 3 van 7

deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7

Opgetogen stap ik op de transporter om van de planeet afgestraald te worden. Ik moet terug naar het hoofdkwartier voor de ontslagformaliteiten. Met blijdschap laat ik mijn hittepak achter terwijl ik bedenk dat ik wel een springende dolfijn zou willen maken. Van marmer of zo iets koels. Of misschien met een watervormer. Een dolfijn van water lijkt me heerlijk.

Op het ruimteschip krijg ik een riante hut toegewezen, die comfortabel is ingericht met koele kleuren. Twee grote schilderijen hangen aan de wand, vast reproducties. Het bedrijf zou nooit geld uitgeven aan een echte mondriaan. Maar dat maakt me niet meer uit, blij kijk ik om me heen terwijl ik een slok neem van mijn wijn. Wijn nota bene! Wat een luxe om wijn te kunnen drinken in plaats van enkel water! Het welkomsthologram legt uit waar de sportzaal is en waar de bar en het restaurant te vinden zijn.

Wraakzuchtig besluit ik om in restaurant het duurste te gaan eten dat ze hebben want het bedrijf betaalt alles. Dus ook al vind ik het afschuwelijk smaken, ik neem het duurste wat op de kaart staat, ik heb immers wat in te halen, vind ik zelf.

Nu ik zie hoe de hoge piefen zichzelf met luxe omringen terwijl ze ons medewerkers in kale kloostercellen laten huizen, voel ik me gesterkt in mijn besluit om weg te gaan. Hier wil ik niet langer deel van uitmaken. Omdat ik me toch wel heel onbehaaglijk voel als ik naar de toekomst kijk, mijd ik de toekomst voorlopig als de pest. Ik moet er maar op vertrouwen dat het linksom of rechtsom op zijn pootjes terecht komt.

De reis naar de aarde duurt drie week. Ik gebruik de tijd om volop te genieten van alles wat het schip te bieden heeft. Het is bijna een cruiseschip, en zo ben ik een beetje op vakantie. Ik zwem, ga naar de film en naar dansavondjes, eet elke avond luxueuze schotels in het restaurant en spring flink uit de band.

Ik stuur berichten naar kennissen en vrienden van school en krijg al snel een paar uitnodigingen terug om eens bij te praten. Hoe het nu gaat, vragen ze en wat ik nu ga doen. Omdat ik nog geen flauw idee heb wat ik ga doen, antwoord ik in algemene gemeenplaatsen en zeg ik dat ik ga genieten van de vrijheid en op zoek ga naar mijn echte ik en mijn echte passie. Zelfs na meer dan honderdvijftig jaar doet die ouderwetse vroeg-eenentwintigsteëeuwse hippietaal het nog goed, ontdek ik verbaasd.

De laatste avond flirt ik wat met een medepassagier die vanochtend aan boord gekomen is en overstapt op aarde voor de reis naar huis. Ze hebben binnenkort de één of andere bijzondere familiefeestdag. Bijeenkomst. Dinges. Hijzij komt van een planeet waar ze geen geslachten hebben, ontdek ik na een paar gezamenlijke biertjes aan de bar. Terwijl ik er aan probeer te denken dat ik "het" moet zeggen in plaats van "hij" omdat hij kennelijk beledigend is, luister ik naar wat het vertelt: ze hebben geen geslachten zoals wij. Geen mannen, geen vrouwen. Of ze hebben twee geslachten zo je wil, want ze zijn geslachtloos en toch hermafrodiet. Of zoiets in elk geval. Ik probeer te snappen wat het uitlegt, maar faal jammerlijk omdat ik te veel gedronken heb. Gelukkig kan ik morgenochtend het bier de schuld geven van mijn gebrek aan helderheid vanavond.

donderdag 4 augustus 2016

Bestemming: groen, deel 2 van 7

deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7

In de loop van de dagen vraag ik me steeds vaker af hoe het zou zijn om gewoon maar ontslag te nemen. Geen vast zitten op deze stomme helse planeet, maar vrij als een vogel in de aardse lucht. Wat mis ik die goede oude aarde! Maar geen baan betekent ook geen salaris, en hoe kom ik dan aan avondeten? Ik stel me voor hoe het is om te bedelen: ergens op een straathoek staan met een bordje "beeldjes voor voedsel" om de nek. Ik ben bang voor dat donkere zwarte gat dat toekomst heet. Maar ik ben ook bang om hier te blijven, en vroeg of laat dood te gaan omdat 't bedrijf 't vertikt om normaal voor zijn werknemers te zorgen. Waarom heb ik eigenlijk geen reservehittepak?

Rond en rond malen mijn gedachten, als een draaimolen op de kermis. Zal ik 't doen of zal ik 't niet doen? Wat vind ik enger: hier blijven in dit uitzichtloze oord of de sprong in het duister wagen in de hoop dat het me naar het licht leidt? Ik zet de magnetron aan voor het avondeten en ga vroeg vergetelheid zoeken in de slaap, die me dromen brengt over zwemmende dolfijnen.

De volgende ochtend brengt een koerier mijn gerepareerde hittepak. Nu kan ik in elk geval weer naar buiten, zit ik niet opgesloten in deze kale, lege gevangenis die ze hier "huis" noemen. Ik pak mijn spullen en ga op weg naar mijn werk bij de lavamijnen. In ieder geval is de wandeling er naartoe mooi; zij het ook wel een pietsie gevaarlijk. Maar zolang je onder de schermen blijft is er meestal niks aan de hand, al klinken de doffe bonken van neervallende stenen op de schermen wel eng soms.

Op het werk ga ik aan de slag met een indoor lavaval. Ik vraag me af waarom mensen dat willen: een huiskamerwaterfonteintje of zo'n Japans miniatuurboompje is toch veel mooier op tafel? Of desnoods een gewone ouderwetse miniatuur waterval, met dat gezellige geklater. En dan met een mooi groot aquarium in hoek, fantaseer ik verder terwijl ik niet meer let op waar ik mee bezig ben.

Vloekend richt ik even later mijn aandacht weer op mijn werk: door mijn onoplettendheid is het hitteschild kapot gegaan. En ik had mijn lavaval nota bene bijna af. De opzichter heeft het gezien en komt tierend verhaal halen. Ik krimp in elkaar terwijl ze roept dat ze zat is van mijn geklungel en dat ik er bij de eerstvolgende fout uit vlieg.

's Avonds zit ik thuis met een glas water naar de kale muren te kijken. Ik vraag me voor de zoveelste keer af waarom we toch geen schilderijen mogen ophangen of snuisterijtjes mogen neerzetten. Niks van jezelf mogen hebben maakt van het huis een kloostercel. Ik kan niet meer ophouden met klagen, zeuren en mopperen. Vroeger was ik altijd vrolijk, waar is mijn goede humeur gebleven? Ik wil weer kunnen lachen.

Als ik de volgende ochtend opsta, weet ik wat ik enger vind. Ik meld de opzichter dat ik ontslag neem. Ik waag die sprong in het duister.

vrijdag 29 juli 2016

Bestemming: Groen, deel 1 van 7

deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7

Buiten is het donker. Het enige licht komt zoals gewoonlijk van de lavastromen. "Op deze planeet schijnt de zon ook nóóit", denk ik mismoedig bij mezelf. Ik stap uit bed en kijk uit het raam. De aarde rommelt en de vurige gloed van lava is duidelijk zichtbaar even verderop. Het wordt weerkaatst tegen de donkere bordeauxrode wolken. Even sta ik te kijken naar de lavarivier. De lava staat hoog vandaag. Kennelijk is de vulkaan is weer eens bezig. Vandaar dat 't zo naar zwavel stinkt en de aarde meer rommelt dan anders. Ik kleed me aan terwijl ik een fijne douche mis. Maar water verspillen aan schoon blijven kan hier nou éénmaal niet. We zijn allang blij dat we überhaupt voldoende hebben om te drinken.

In de loop van de dag zwerf ik doelloos door het huis. Van kelder naar zolder en weer terug sjouw ik rusteloos heen en weer, als een tijger in zijn kooi. Door de vulkaanuitbarsting is het buiten niet te harden zonder hittepak, en de mijne is in reparatie. Ik zit dus vast in dit huis, mijn huis is mijn gevangenis. Ik verveel me, word steeds kwader, schreeuw machteloos tegen de kale onpersoonlijke muren. Waarom ben ik hier neergepoot? Van alle planeten in de Melkweg moest ik hier te werk gesteld worden! Waarom? De uitbarsting duurt nu al de hele dag, zo lang duurt 't anders nooit. Kunnen de rivieren die grote hoeveelheid lava wel verwerken? Wat als ze buiten hun oevers treden?

Ik word bang.

De laatste keer dat ze buiten hun oevers traden, was vijfendertig jaar geleden. Toen moest iedereen hals over kop geëvacueerd worden, en dat deed het bedrijf toentertijd alleen maar omdat de nieuwskanalen met vette koppen zouden berichten over een bedrijf dat zijn eigen werknemers moedwillig liet stikken. Dat was voor mijn tijd, maar ik heb genoeg archieven gezien en genoeg verhalen van oudere collega's gehoord om me goed te kunnen voorstellen hoe dat was.

Ik sta alweer naar buiten te kijken naar de lavarivier. Ik heb toch niets beters te doen en in die leegte is het makkelijk om naar buiten kijkend te staan piekeren. Waarom ben ik ooit hier gaan werken? Het leek zo gunstig toen ik in dienst kwam: gevarieerd werk, mooie beeldhouwwerken maken op mooie plekken. Maar in plaats daarvan zit ik vast in deze hel omdat die verdomde lavakunst nu helemaal hip is.

Misschien had mijn vader gelijk, en had ik een vák moeten leren. Maar is beeldhouwer dan geen vak?

Ik weet niet wat ik moet, maar ik besef dat ik wat moet, want hier word ik gék. Ik wil zon, en licht, en lucht, en loeiende koeien in groene weiden en klaterende fonteinen en kunnen douchen en mijn kleren kunnen wassen.

Ik wil hier weg!

woensdag 20 juli 2016

Het kleine blauwe locomotiefje

Als ik vroeger aan Oma vroeg hoe het was, zei ze vaak laconiek: "Och, we gaan gewoon door met ademhalen." Toen ik nog twee paardestaartjes had, vond ik dat eerst heel gewoon (want dat zei ze vaak), maar later begon ik er over na te denken en het vreemd te vinden (want zij was de enige die ik kende die dat zei). En nog weer later vind ik het een erg leuke manier om te zeggen dat je gewoon doorgaat, of [start Barry Stevens accent] "vooral doorgaat" [eind Barry Stevens accent], oftewel gewoon volhoudt, of misschien zelfs wel koppig volhoudt. Doorzettingsvermogen dus, in functioneringsgesprekkenwaarweincompetentiesmoetenpratentaal.

Een poosje geleden kreeg ik een amerikaans kinderverhaaltje onder ogen dat me weer hieraan deed denken. Het ging over een klein blauw locomotiefje (leuk, treintjes!) dat een hele zware trein over een hele hoge berg heen moest sleuren. Verschillende grotere en sterkere locomotieven hadden al geweigerd, want de berg was te hoog en de trein was te zwaar. Desondanks liet het kleine blauwe locomotiefje zich daar niet door ontmoedigen en begon vol goede moed aan de taak. "Ik wil het wel proberen", zei het kleine blauwe locomotiefje.

Eenmaal op de berg hard aan het werk zei ze steeds bij zichzelf "Ik kan het wel". Als je dat steeds als een mantra bij jezelf herhaalt, lijkt het ook wel op een voortpuffende trein: ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel-ik-kan-het-wel. Je kunt er zo "kedeng kedeng" tussen poten als je ikkanhetweltrein over een raillas (heet dat zo?) of wissel heen dendert.

In Dombo zit dat locomotiefje ook (die referentie snap ik dus ook nu pas)  , daar moet het een zware circustrein over de bergen sleuren, en zegt het bergop: "ik kan het wel ik kan het wel ik kan het wel ik kan het wel” en daarna, bergaf, zegt het opgetogen “ik wist het wel ik wist het wel ik wist het wel WOEHOE!” En die woehoe is de stoomfluit, want het is in Dombo een stoomloc - de film komt tenslotte uit 1941.


En nou moet ik daar steeds aan denken als het akelige pester-stemmetje (pesteiland in binnenstebuitentaal) in mijn achterhoofd zegt: "nee dat kan je niet want je bent stom". Dan hou ik koppig vol en denk ik aan Oma, die gewoon doorging met ademhalen en zich niet zomaar liet kisten.

En aan het kleine blauwe locomotiefje dat dacht dat ze het lekker wél kon. En het ook deed ook, want die trein kwam natuurlijk wel aan op de bestemming.

vrijdag 15 juli 2016

Even Stad in

Even Stad in is voor veel Groningers en Ommelanders normaal. Dat was het voor mij eigenlijk ook. Je springt op de bus, laat het incheckdingetje braaf "piep" zeggen en laat je richting Grote Markt rijden. Even lekker door de Herestraat sjokken. Even neuzen bij de V&D, de Hema en de Miss Etam. Even door de Folkingestraat lopen. Ergens gezellig koffie gaan drinken.

Zulke dingen.

Maar van de lente moest ik geopereerd worden aan een hernia, en daarna had en heb ik natuurlijk veel tijd nodig om te herstellen. Zo ben ik vanochtend voor het eerst sinds de operatie weer in de stad geweest, en dat vond ik een heel avontuur en ook best wel eng en spannend.

Maar ik vond het dan misschien wel wat eng, ik deed het lekker toch.

Eerst heb ik mijn brace om gedaan, want zo'n avontuur onderneem ik toch het liefst met wat stabiliteit. En ik nam mijn stok mee, zodat andere mensen meteen zouden zien dat ik momenteel minder vlot ben dan de meeste mensen (en ik wat extra zekerheid zou hebben als ik moe zou worden). Dat scheelt weer ergernis. En toen, met de bus naar de stad.

In de stad voelde het heerlijk vertrouwd, en ik vond het erg leuk om weer in de stad rond te kunnen lopen. Ik had Stad toch wel gemist, ontdekte ik. 
Maar hoe vertrouwd het ook was, er waren toch wel dissonanten: V&D was natuurlijk weg zodat ik geen koffie meer kon drinken op de vierde verdieping. Dat moest ik dan maar doen in het Newscafé, dacht ik bij mezelf. In de Herestraat zag ik dat er daar ook behoorlijk wat lege etalages waren, de meesten gelukkig wel met een hoopvol "Verhuurd" op het raam. Waar vroeger de Miss Etam en de Promiss zaten, werd gebouwd en het schoot me te binnen dat ik gelezen had dat er vijftig Promiss winkels weer terug zouden komen, helaas zonder grotematencollectie. En de Bijenkorf was weg. Daar kwam ik zelden, dus dat miste ik niet echt. Maar het is wel weer zo'n lelijke holle kies er bij in de straat.

Die faillissementen van de laatste tijd hebben wel hun sporen achter gelaten, dat was wel duidelijk te zien. Maar ja, we moeten zo nodig met ons allen naar de Action en de Primark en naar webwinkels in plaats van naar andere winkels. En dan is het logisch dat die andere winkels kapot gaan op den duur.

Ondanks die lelijke holle kiezen in het straatbeeld, was het toch leuk om in de stad te zijn. Ik merkte duidelijk dat ik weinig meer gewend ben, want ik was best wel gauw overprikkeld door alle toch min of meer nieuwe indrukken. Maar fijn was het wel om in de stad te zijn, en ik ontdekte dat ik Stad toch wel gemist had.

Ik ben blij met mijn brace, en ga binnenkort gauw weer even in de stad koffiedrinken. In de tussentijd ga ik gewoon door met oefenen, zodat ik in de (hopelijk nabije) toekomst geen brace meer nodig heb. Maar ondertussen is het toch wel fijn dat ik 'm heb.