dinsdag 31 oktober 2017

Spookkat

Het kan niet, toch?
Spoken bestaan immers niet.
Bron: giphy
Of tenminste, dat zeggen ze.

Maar toch verbeeld ik me soms dingen.
Of eigenlijk één ding. Eén dier, eigenlijk.

Vooral als ik moe ben, en niet helemaal helder, zie ik hem door het huis dolen. Soms verbeeld ik me dat ik hem hoor mauwen, of spinnen. Soms wil ik een rondje lopen en zie ik hem ineens zitten op de deurmat, wachtend tot ik hem naar buiten laat.

Een kat.
Een spookkat.

Hij is wit met zwarte vlekken, altijd. Een beetje zoals een zwartbonte koe. Een zwarte vlek loopt over zijn kop, en hij heeft een guitig wit puntje aan zijn zwarte oortjes. Hij is vrolijk en speels, lijkt altijd te glimlachen, zelfs als hij chagrijnig is. Hij jaagt graag achter spookspeeltjes aan.

Oke, nu even serieus.
Spoken bestaan natuurlijk niet.
Toch?

Dus waar komt die kat dan vandaan die ik me soms verbeeld?
Die moet uit mijn eigen fantasie komen, dat kan niet anders. Dat klopt ook met dat ik hem alleen zie als ik moe ben, en slaperig. Je zintuigen zijn sowieso al niet zo betrouwbaar, en helemaal op zo'n moment niet.

Wat me wel doet afvragen waarom mijn fantasie me steeds dezelfde kat voorschotelt. Echt, of spook-echt, is hij niet, want mijn vogels hebben er geen last van (of parkieten zien geen spoken, natuurlijk, dat kan ook). Een levendige fantasie is het wel, want het tovert mij allerlei details voor over het beestje.

En ondanks dat ik weet dat hij niet echt is, schrok ik me laatst een ongeluk toen hij laatst ineens in de keuken stond. Of eigenlijk, toen ik me verbeeldde hem te zien in de keuken.

Toen ik mezelf in de ogen wreef en nog eens keek, bleek het de schaduw te zijn van mijn vest.

Spoken bestaan dus toch niet, kennelijk
.

vrijdag 13 oktober 2017

Overdenkingen van een zwarte kater

Hij zat zich te wassen in de ochtendzon. Terwijl hij naar buiten keek, liep een mens ineens naar de overkant van de straat. Wat dat toch was, snapte hij niet: hij verzorgde zijn mooie zwarte vacht toch zo goed. De witte kat van de overkant kon altijd wel op veel aandacht rekenen (maar toegegeven, ze was ook een schoonheid, vooral haar prachtige elegante staart vond hij erg mooi).

Hij sprong van de vensterbank af en ging op een zonnig plekje liggen op het tapijt. Hier had je als kat tenminste de ruimte om je uit te strekken. Behaaglijk soesde hij weg, terwijl zijn herinneringen hem terug voerden naar de tijd dat hij zelf nog een mens was geweest.

Het huisje in het bos waar hij gewoond had, was altijd een beetje gammel geweest en deed was sinister aan, zo verstopt onder de bomen. Altijd als hij terug kwam van kruiden zoeken, viel het hem weer op. En dan kon hij ook wel begrijpen waarom de mensen dachten dat hij kon toveren. Hij was ook een beetje raar, zo heel alleen in het bos wonend. En hij ook wel last van rare dingen, rare toevalstreffers en zo. Van die dingen waardoor je jezelf afvroeg of het wel toeval wezen kon.

Achteraf, nu hij als kat lekker ledig lag te liggen in de zon, wist hij dat hij inderdaad magisch talent gehad had; als hij het had kunnen ontwikkelen was hij misschien wel een nieuwe Merlijn geworden. Maar het had niet zo mogen zijn, en gedurende zijn hele menselijke leven was de bovennatuurlijke wereld zo doorzichtig voor hem geweest als een solide bakstenen muur. Hoe fanatiek de dorpelingen ook gevonden hadden dat hij een tovenaar was. Vervloekt zij die bangeriken die hem op de brandstapel gezet hadden, dacht hij boos. Sterven door levend verbranden was uiterst pijnlijk gebleken, en toen hij herboren was als kitten, had hij zichzelf gezworen om alles te doen wat hij kon om te voorkomen dat iemand datzelfde lot zou overkomen.

Alles met elkaar was zijn leven als kat nu zoveel beter dan zijn leven als mens ooit was geweest. Geen gammel lekkend hutje ver weg van iedereen, maar een comfortabel, goed gebouwd huis met een solide dak er op. En met die moderne centrale verwarming. Hoe heerlijk was het om tegen de radiator aan te kruipen!

Hij gaapte, rekte zich uit en sprong weer terug op de vensterbank om te kijken of de de witte poes van de overkant misschien ook buiten was. Hij wou wel even een eindje met haar wandelen, ook al was ze bij leven een heuse heks geweest.

"Ik geloof wel in bijgeloof", zei Witje toen ze samen de straat uit liepen. "Tenslotte", ging ze verder, "had je als mens ooit kunnen bevroeden dat wij katten ooit mens zijn geweest? En dat je als kat terug zou komen?"

Nee, dacht hij bij zichzelf, dat had hij nooit vermoed. En dat zei hij ook. "Wist jij dat dan wel?", vroeg hij zijn witgevachte metgezel. "Nou, echt helemaal zeker weten kun je dat als mens natuurlijk niet", begon ze, "maar als goed opgeleide heks ging ik er wel van uit dat katten zeer intelligente wezens zijn."

"Maar wat moeten we nu dan met die kennis", antwoordde hij.

"Onze eerste taak als kat is om onze mens te ondersteunen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, bestaat toeval niet. Ze noemen het toeval, ongelukjes, maar in werkelijkheid is het het werk van bovennatuurlijke wezens waarvan ze het bestaan niet kunnen of willen weten. Enkel mensen die sterk genoeg zijn voor een grotere wereld zullen de mogelijkheid krijgen om haar te betreden. Daarom heb jij als mens nooit de kans gekregen om je magische talenten te ontwikkelen: je was er simpelweg nog niet klaar voor. Als je in dit kattenleven je best doet, kun je dat in je volgende mensenleven wel zijn."

Ze pauzeerde even om speels te meppen naar een voorbijfladderende vlinder, en vervolgende daarna haar uitleg: "Jij als zwarte kat hebt hier een extra belangrijke taak: je moet je mens begeleiden en voorkomen dat ze fouten maakt. En ondertussen moet je zelf ook het nodige leren, zodat je in je volgende mensenleven wijzer zult zijn dan je in je vorige even was."

Hij was onder de indruk, zowel van haar woorden als van de toekomst die ze hem boden.

"Alles is verklaarbaar", drong het tot hem door. De rare toevalstreffers die hem hadden achtervolgd, zijn positie als kruidendokter aan de rafelranden van de mensenmaatschappij, zijn terugkomen als zwarte kat. En hij nam zich voor om heel hard zijn best te doen om te leren, om klaar te zijn voor zijn volgende mensenleven. .

"Hoe bescherm ik mijn mens dan tegen fouten?", vroeg hij aan Witje. "Hoe weet ik dat ze er een maken gaat?"


"Soms weet je dat niet", antwoordde ze. "Maar soms voel je dat, diep in je botten. Het is een kwestie van instinct, katteninstinct. Je moet dan al je kattentrucjes inzetten: haar voor de voeten lopen zodat ze ergens niet kan komen, haar aandacht afleiden door vervelend te mauwen of iets van de tafel te gooien, noem het maar op."

Ineens moest hij denken aan een van de laatste keren dat hij als mens in het dorp was geweest. De rode kater van de dominee had hem voor de voeten gelopen. Hij vertelde het aan Witje. "Was dat dan ook een kwestie van instinct?", vroeg hij.

"Nou, met alleen die informatie weet ik dat natuurlijk niet, maar denk eens na: wat was je aan het doen, waar ging je heen?"

Hij was een poosje stil terwijl hij naar een rondhuppende mus lag te turen.

En toen kwamen de herinneringen met volle kracht bovendrijven. Het steegje waar hij gelopen had, de horde mensen die achter hem aan had gezeten, hem beschuldigend van de dood van twee koeien van een boer die even buiten het dorp woonde. Twee doden waar hij niets mee te maken had, maar waar hij als rariteit toch de schuld van had gekregen. Als de rode kater hem niet voor de voeten gelopen had, hadden ze hem te pakken gekregen. Uiteindelijk was hij toch op de brandstapel terecht gekomen, maar die kat had gedaan wat hij kon om dat te voorkomen.

In zijn volgende leven moest hij zeker weten meer aandacht besteden aan dergelijke kleine zaken.

Nu weet ik dat ik als kat mezelf kan zijn, kats kan zijn, dacht hij bij zichzelf toen hij afscheid genomen had van Witje en weer thuis in de vensterbank lekker ledig lag te wezen. Dat ik mijn instinct mag en zelfs moet volgen. Zouden mensen ook zulke instincten hebben? Witje zei dat ik later misschien wel terug kom als mens. Zou ik dat instinct dan mee kunnen nemen? Ze zei toch niet voor niets dat ik nu mijn best moet doen om veel te leren, dat zal ik toch ergens mee moeten kunnen nemen?

Gaandeweg werd hij steeds enthoustiaster, en toen zijn mens thuis kwam, sprong hij energiek op om haar al kopjes gevend te begroeten en even later bij haar op schoot te kruipen.

Hij begon te spinnen toen ze hem zachtjes over de kop krabde.

Ineens realiseerde hij zich hoeveel hij van zijn mens hield. Ergens wist hij altijd al wel dat hij het als huiskat goed getroffen had, maar nu drong het pas echt goed tot hem door. Hij hield van zijn mens, van die groene ogen die geamuseerd naar hem keken als hij als een kitten speelde tot aan de lange slanke vingers die hem zo zalig over zijn kop konden krieuwelen En hij voelde ineens de sterke drang om haar te beschermen. Niet eens om zelf een goed volgend mensenleven te verdienen, maar simpelweg omdat hij om haar gaf. Hij knipperde met zijn ogen en keek haar aan. "Mauw", zei hij op zijn liefst.

Jammer dat mensen geen kats spraken Hij kon helemaal niet zeggen hoeveel hij van haar hield. Hij zou het moeten tonen door zich er naar te gedragen, en dan kon hij enkel maar hopen dat ze het snappen zou.



woensdag 11 oktober 2017

Darth Boeddha Vader

3D printen is niet echt heel erg supernieuw, maar een klein 3D-printertje bij je thuis in de woon/studeer/hobbykamer komt voor veel mensen wel steeds dichterbij qua prijs.

Dus toen hij het éénmaal betaalbaar genoeg vond, kocht een collega van me een kleine 3D-printer om zelf in elkaar te zetten. Een poosje later kwam hij opgetogen op het werk met een klein beeldje dat hij geprint had. Het is een zwart beeldje, echt mooi Darth Vader-zwart, van een lachende boeddha met het masker van onze slechte Sith-Lord op zijn hoofd.

Simpelweg een ontzettend leuk ding.

Het ding stond op zijn bureau en bleef daar staan, gezellig naast een ongeveer even groot poppetje van Wall-E.

Af en toe zag ik het en dacht ik bij mezelf: "Goh, wat een leuk ding ook eigenlijk". Meestal bleef het ook bij die gedachte. Maar laatst vond die gedachte ineens zijn weg naar mijn mond en hoorde ik mezelf vragen: "Zou je ook zo'n ding voor mij willen maken?"

Waarop mijn collega antwoordde: "Neem deze maar mee, ik print voor mezelf wel een andere. "

En nu staat op mijn tekentafelblad - netjes op zijn plek gehouden door een Tesa Powerstripje - een klein zwart beeldje van Darth Boeddha Vader.

En het is een ontzettend leuk ding. 
Dankjewel, collega!

donderdag 5 oktober 2017

Zomaar in de lokale @albertheijn

Zaterdagochtend is het altijd Mama-koffie-ochtend. De ene week komt zij bij mij op de koffie, de andere week ga ik bij haar op de koffie. Onderweg naar haar rijd ik soms even bij een Albert Hein langs om wat boodschappen te doen.

Dat deed ik dus laatst ook.

Nou kom ik wel vaker in die Appie, maar gericht als ik ben op het boodschappenlijstje dat tegenwoordig in mijn telefoon staat en dus niet meer thuis op tafel blijft liggen, kijk ik vooral naar de schappen, en wat daar in ligt. Het was me dus nog nooit opgevallen dat er in die Albert Hein een piano staat. In een hoekje, bij de koffieautomaat. Hij moet er al heel lang staan, maar ik heb er al die tijd overheen gekeken. Misschien ook omdat ik zelf geen piano kan spelen.

Maar die ene zaterdagochtend laatst viel het me wel op.
Want er speelde iemand op.

Geen idee wie, een klant. Een donkere herfstjas, regendruppels nog in het opgestoken haar. Haar boodschappenmandje stond naast haar, er zat iets groens in. Een zakje sla, of groente of zo. Meteen toen ik haar hoorde spelen, drong het tot me door dat ik eigenlijk nooit naar piano luister. En al helemaal niet live.

Nou, er stond een koffieautomaat en een paar stoelen, dus ik heb een bekertje koffie genomen en ben er even bij gaan zitten, om te luisteren. Koffie en pianomuziek. Mooie muziek. Het maakte me even helemaal zen.

Eigenlijk heb ik geen flauw idee of ze goed was - daarvoor weet ik te weinig van piano. Maar mooi vond ik het wel.

Een mooi moment, zomaar in de lokale Albert Hein aan de weg tussen Mama en mij.


dinsdag 19 september 2017

Nieuwe onderhuurder

Ineens op een ochtend zag ik hem.

Mijn nieuwe onderhuurder. Compleet met kruis op zijn rug.

Zonder dat ik het wist was hij al druk aan het werk geweest in de tuin, en had een mooi plekje gebouwd voor zichzelf waar hij zijn werk kan doen, nijver ambachtsman en geduldig jager als hij is.

Ook in andere tuinen zijn er veel te zien, en ook in struiken langs de weg. Op een mistige ochtend lijkt het wel alsof iemand watten over de struiken heeft uitgestrooid. Of engelenhaar, misschien, Je weet wel, van dat jeukende spul dat je in de kerstboom stopt. Het is erg mooi om te zien, die fijne waterdruppeltjes bengelend aan de draden die het werk van deze harde werkers samenbinden.

Ik ben geen fan van hun uiterlijk, met die acht poten en zo.
Helemaal niet.
Brrrrrrr!

Maar wat ze doen, daar ben ik wel voor. Want vliegjes, nee, daar hou ik nog veel minder van. Die steken je terwijl je slaapt, heel stiekem, en dan heb je de volgende ochtend een superirritante jeukende muggebult.

Dan heb ik liever een grote spin in de tuin.
Of twee, misschien.

zaterdag 2 september 2017

IJs bij de kachel

Foto: jen (flickr)
Laatst kwam ik op internet, nou ja, eigenlijk op pinterest, een meme tegen, die de volgende tekst bevatte:

"People who say it's too cold for ice cream are people you don't need in your life".

Oftewel in het Nederlands:

"Mensen die zeggen dat het te koud is voor ijs, zijn mensen die je niet nodig hebt in je leven."

Dat riep meteen een herinnering op. Aan ijs. En aan Oma. En aan een ijsje halen midden in de winter.

Vlakbij waar Oma woonde was een pleintje met wat winkels. Gewoon zo'n lokaal wijkwinkelpleintje. Er was een Fred van der Werff (later de Boer en nog later Super De Boer), er was een fietsenwinkel, een warme bakker, een postkantoor, een kiosk, en er was ook een Jamin. En bij die Jamin verkochten ze onder andere ijs. Rechthoekige ijsjes, en je deed dan een ijsje tussen twee wafeltjes en zo at je 'm op. Woensdagmiddag na school gingen we naar Oma, en dan liepen we in de loop van de middag even naar het plein. En soms, soms, soms mochten we een ijsje van Oma. En ze nam er zelf ook een.

Ook midden in de winter, als het koud was en sneeuw-achtig en zo.

En dan vertelde ze over een tante van haar, Tante Anna, die wel eens op bezoek kwam. Dan vertelde over hoe Tante Anna een decolleté verschrikkelijk vond. "Hai, wat ja bloot", zei ze dan. En over hoe dol Tante Anna was op ijs. Ook in de winter. Oma vertelde dan ook altijd dat Tante Anna dan vond dat een ijsje eten in de winter best kon. "Want we zitten ja toch bij de warme kachel!"

En ze zei altijd dat Tante Anna dat zei, maar eigenlijk vond ze dat zelf ook wel. Of anderen dat nou stom vonden of niet, maakte haar niet uit.

Dus doe gerust eens iets raar als een ijsje eten in de winter. Want je zit immers toch bij de warme kachel!

zondag 27 augustus 2017

In de hens

Vanochtend on kwart voor acht begon ineens mijn telefoon te blèren. NL-Alert. Het casino in de stad stond in brand en of we met ons allen ramen en deuren dicht wouden houden. Want rook. Ik drukte de melding weg en dacht er verder niet over na want echt wakker-wakker was ik nog niet.
Kattendiep, zondagochtend rond 10:00
Foto: ik

Later die ochtend ging ik naar de bios, en toen ik in de bus onderweg de enorme rookkolom zag, was ik wél wakker en dacht ik er ineens wel degelijk over na. Je kunt ook moeilijk om zo'n enorme bult rook heen kijken. Wetend dat ik op het Zuiderdiep - vlakbij dus - uit moest stappen, beloofde ik mezelf dat ik meteen naar de bios zou gaan en niet ramptoeristje zou gaan spelen. Maar ja, niets menselijks is mij vreemd dus even later vond ik mezelf ondanks mezelf toch terug te midden van een kijkende menigte. 

En toen kwamen de herinneringen. Aan de keer dat ik daar geweest was, samen met een paar mededansers. Ik stond toen ik weet niet hoe lang te kijken bij de Franse roulette, de croupiers bewonderend die zo handig waren met hun harkjes. 
Aan toen ik een BHV-cursus deed, en aan de cursusleider die bevelvoerder was geweest op een tankautospuit. "Het is feest", zei hij toen hij probeerde uit te leggen hoe dubbel hij zich als brandweerman voelde onderweg naar een brand en niet meer wist hoe hij het uitleggen moest. Sommige dingen zijn niet uit te leggen, en dit is er kennelijk één van. 
Aan de eindeloze rijen auto's die zaterdagmiddag altijd voor de parkeergarage er onder stonden. Hoeveel mensen uit het hotel er tegenover zijn nu hun auto kwijt?

Ik wurm mezelf wat dichter naar de hekken toe die het Kattendiep afzetten en sta te kijken hoe de rook de hemel in wolkt. Vuildonkergeel is 'ie, met veel donkergrijs en een enkele vlek wit er in. Als ik naar het casino kijk, zie ik vlammen flakkeren waar ramen zouden moeten zitten. De weg ziet rood van de brandweerauto's en er staan ook een paar ambulances. Een paar politieagenten manen ons kijkers voortdurend om de kruising vrij te houden. Er staan zoveel mensen dat de bussen de draai naar de Oosterstraat maar amper kunnen maken.  

Later, als ik uiteindelijk toch maar naar de bios loop, hoor ik getoeter in de verte. Ik kijk om, nog net op tijd om te zien hoe nóg een brandweerauto zich door de menigte wurmt om te helpen met blussen. Familie uit Leek meldt via whatsapp dat verscheidene korpsen uit de omgeving opgetrommeld zijn. Ook dat van Leek. 

En even vraag ik me af hoe het er nu binnen in uitziet. Zou je überhaupt wat kunnen zien door alle vieze dikke rook? Is het een soort van helder-achtig, zoals in een actiefilm, of is het zoals ze op BHV-cursussen altijd zeiden, dat je letterlijk geen hand voor ogen kunt zien en gewoon een blinddoek kunt omdoen als je wilt weten hoeveel je kunt zien? Ik denk het laatste, want een film is maar alsof en brandweermensen hebben 't echie meegemaakt en weten dus precies waar ze het over hebben.

Hoe zou het zijn met de mensen zijn die daar werken? Er zijn geen gewonden gevallen, roept het internet (later schijnt er toch iemand onwel geworden te zijn door de rook, aldus de RTV-Noord liveblog), maar ik vraag het me toch af. Ik probeer me voor te stellen hoe dat is: wakker worden en op de lokale teevee horen dat je werkplek in de hens staat. Je verwacht om 's avonds gewoon aan het werk te gaan: bier tappen achter de bar, kaarten uitdelen aan de blackjacktafel, draaien aan roulettewielen en handig met harkjes fiches bij elkaar vegen. En dan zet je de teevee aan en zie je ineens dat dat niet meer kan. Ik faal jammerlijk, het idee is zo groot dat ik mijn hoofd er niet omheen kan winden. Maar moeilijk zal 't wel zijn, lijkt me.

Roulettewielen, fiches en harkjes zijn nu alleen nog maar herinneringen in een uitgebrand gebouwvormig geraamte.

Ja, ik vind het erg. Een cliché van jewelste, maar ik vind het wel echt erg, en hoe moet je dat anders uitdrukken?

Maar naast dat alles ben ik ook dankbaar dat er mensen zijn die brandweer willen zijn, en zulke situaties willen en durven aan te pakken. Ik moet er niet aan denken hoe de wereld er uit zou zien als brandweer niet zou bestaan.