zondag 19 maart 2017

Een wintersportverhaal

Laatst was er weer eens een schrijfcafé, en uit alle 5-minuten-hier-en-3-regels-daar-opdrachten rolde aan het eind dit verhaal


De weide van wit van de sneeuw. Stiekem vroeg hij zich af of er boven op de bergtop een Heidi woonde, met haar grootvader. Nu hij voor het eerst in winters Zwitserland was, vond hij het nogal wat voor zo'n oude baas om bovenop een alp te wonen, maar als je er al je hele leven woonde wist je natuurlijk niet beter. Terugdenkend aan de vele middagen dat hij het verhaal had zitten voorlezen aan zijn zieke zus, veronderstelde hij wel dat het een schamel leven geweest moest zijn. In ieder geval zouden Heidi en haar grootvader beter kunnen skieën dan hij. De eerste paar lessen waren geen succes geweest en hij had het maar opgegeven. Volgend jaar ging hij wel naar de Rivièra of zo.


Hij vroeg zich af waarom hij altijd opgaf. Opgeven liep als een rode draad door zijn doelloze leven. Het enige waar hij keihard voor gevochten had, was het leven van zijn zus, zijn lieve Marie. Trouw had hij aan haar bed gezeten, met zijn negen jaren wist hij heel goed hoeveel hij om haar gaf en hoeveel juist de kleine dingen voor haar betekenden. Een verse kop thee, een koud kompres voor haar koortsige voorhoofd, haar voorlezen of simpelweg zijn huiswerk maken. De namen van de landen samen opzoeken op de wereldbol die vader hen cadeau gedaan had, en fantaseren hoe het daar zou zijn, welke feesten ze daar zouden vieren, welke taal ze zouden spreken en wat ze leuk en niet leuk zouden vinden. Ooit zouden ze er samen naartoe.


Niks te doen. Niksniksniksniks. Aan de koffie na het ontbijt terwijl zijn reisgenoten op de piste stonden. Of anders er naartoe onderweg waren met die vreselijke stoeltjeslift. Hij verveelde zich en speelde gedachtenloos met het koekje dat bij zijn koffie zat. Misschien moest hij over zijn zieke zus gaan schrijven. Gewoon voor zichzelf, en over dat alles wat hij gedaan had voor haar toch niet had kunnen voorkomen dat ze dood ging. Doorzetten was zinloos, had hij toen geleerd, maar vaak dacht hij dat dat misschien wel niet klopte. Als hij alles uit zijn hoofd kon krijgen, kwam hij daar misschien wel vanaf. En bovendien had hij nu toch niets beters te doen.


Nadat zijn koffie op was, toog hij de kou in naar het enige winkeltje in dit kleine alpendorp, om potloden en een schrift te kopen. De dagen er op kon men hem naarstig bezig zien, het potlood als een levend wezen over het papier dansend, terwijl hij met zijn gedachten in die slaapkamer was, duitse woordjes repeterend terwijl zijn zuster sliep, de gordijnen gesloten tegen de schelle middagzon. Wat zou hij niet geven voor nog één laatste gesprek met haar!


De rust werd ruw verstoord toen zijn reisgenoten terug kwamen van de piste. Sjaals en wanten vlogen her- en derwaarts toen ze neerploften en om glühwein vroegen. Flink veel, want ze wilden graag dronken worden. Opeens kwam hem dat zinloos voor, en hij verkoos het gezelschap van zijn zuster, ofschoon zij nu nog enkel bestond in de woorden die hij aan het goedkope schriftje had toevertrouwd. Hij mompelde een excuus en vertrok naar zijn kamer.


Nee, wintersport was niks voor hem. Oh zeker, het was een mooi land, net een levende kerstkaart, maar skieën was niks voor hem, en après-ski ook niet echt. Het gaf hem een gevoel van weglopen voor zichzelf. De anderen zouden dat niet snappen, die dachten simpelweg aan lol maken. Maar hun definitie van lol kwam toch niet echt overeen met het zijne. Nee, volgend jaar bleef hij wel mooi thuis.


Het begon weer te sneeuwen en een poosje zat hij te staren naar het neerdwarrelende wit. In het echt leek sneeuw meer op watten dan op de mooie zeskantige kunstwerken die je onder de microscoop zag. Gelukkig gingen ze morgen terug naar huis, en vol verwachting keek hij uit naar zijn straat, zijn voordeur, zijn woonkamer, zijn oude koffiemok en zijn bed. Hij hoefde alleen vandaag nog maar door te komen en dan was het achter de rug. En hij was er ook wel klaar mee, eigenlijk. Wel zou hij het schriftje meenemen naar huis, en hij beloofde zichzelf om elke avond voor het slapen gaan aan zijn zuster te schrijven. Wie weet was ze nu wel een engel en zou ze in zijn dromen terugschrijven.

dinsdag 7 maart 2017

Moi!


Gronings spreken is niet één van mijn sterkste punten, en schrijven nog veel minder. Maar ik versta het goed genoeg om alles van Radio Noord te kunnen volgen, ook de streektaalprogramma's. En sommige streektaalwoorden zijn voor mij zo gewoon dat ik ze dagelijks gebruik.

Moi, bijvoorbeeld.

Moi is een groet. Je spreekt het net zo uit als hoi, maar dan met een m. Al zeggen sommige mensen liever "mojjjjjjj" of zelfs "mojjjjjjeeehhhhh". Het is een lekker simpel woord, en ook lekker algemeen. We zeggen het 's ochtends, 's middags, 's avonds en 's nachts als we iemand begroeten, en we zeggen het ook als we afscheid nemen. Het is dus eigenlijk "goedemorgen", "goedemiddag", "goedenavond", "goedenacht", "hoi", "doei" en "tot ziens" bij elkaar, verpakt in drie letters.

En zoals al die andere groeten, kun je het als groet gebruiken, maar ook bijvoorbeeld om te zeggen dat je iets helemaal niet van plan bent. Op die plek waar je in het Nederlands dus een sarcastische "ja dikke doei!" of zo zou gebruiken, kun je hier in het lage noorden ook iets zeggen als "ja mojjjeeehhhhhh". Of eigenlijk "joa mojjjjeeehhhhh", want ja wordt joa in het Gronings.

Als wij Groningers dan in niet-moi-zeggende streken van Nederland komen, passen wij ons natuurlijk aan (nou ja, de meesten van ons dan. Ook wij hebben horken helaas). Meestal stappen we dan over van moi naar hoi, want dat is makkelijk omdat ze maar één letter verschillen.

Maar omdat moi ook als afscheid, als "doei" gebruikt kan worden, krijgen we natuurlijk soms wel rare gezichten omdat we door al dat ge-moi dat we gewend zijn, in plaats van doei soms hoi gaan zeggen bij het afscheid. Omgekeerd kun je daaraan ook toch wel vaak een verwesterst Groninger herkennen. En als iemand hoi tegen mij zegt bij het afscheid, zeg ik stiekem soms moi terug :) en kijk ik hoe ze kijken.

Nou, moi hè!

donderdag 12 januari 2017

Jaknikker


Wikimedia Commons - user Oudehampsink - Eigen werk, CC BY-SA 3.0     
 In zuidoost Drenthe zit olie in de grond, zo rond Schoonebeek. Die werd en wordt gewonnen met jaknikkers. Van die grote pompen die heel de dag ja-knikkend van dat zwarte spul uit de grond op staan te pompen. Bij ons geen boortorens zoals in films over Texas en in de Lucky Luke-stripalbums (al zie je in die films en documentaires soms ook jaknikkers).

Het eerst hoorde ik het woord jaknikker op een schoolreisje ergens aan het einde van wat toen nog de lagere school heette: ik weet niet meer waar we heen gegaan waren, maar mijn herinnering tovert een beeld van een kleine tentoonstellingsruimte met uitleg over de oliewinning in Drenthe. Compleet met een kleine echt werkende jaknikker van technisch lego of mecano of zoiets.

 "Kijk", zei de leraar die pal naast me kwam staan, "dat heet een jaknikker, omdat hij heel de dag ja knikt." Wat ik terug zei weet ik niet meer, maar ik weet nog wel dat ik hem niet geloofde. Ik dacht dat ik voor de gek gehouden werd, zoals ik zo vaak voor de gek gehouden en gezet werd op die leeftijd. Daar wordt een mens wantrouwig van, en dus geloofde ik voor geen meter dat een jaknikker een jaknikker heet.

Maar toch had de leraar toen gelijk, en heet zo'n ding inderdaad echt jaknikker!

In het engels blijkt - volgens wikipedia - het ding een heel rijtje ook leuke namen te hebben: pompkrik, oliepaard, oliekrik, ezelpomper, knikkende ezel, hobbelpaard, sprinkhaanpomp, Grote Texaan en meer.

Ik vraag me dan wel weer af waar de namen sprinkhaanpomp ("grasshopper pump") en hobbelpaard ("rocking horse")  vandaan komen. Grote Texaan ( "Big Texan") kan ik me nog wel wat bij voorstellen, want Texas is zo bekend om zijn olie dat je er zelfs in de Lucky Luke-albums tegenaan loopt. 

Maar als ik een jaknikker zie, denk ik niet het eerst aan sprinkhanen en hobbelpaarden.  Anderen toch wel, kennelijk.

vrijdag 23 december 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 9 van 9

Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Een paar maanden later zaten de drie wetenschappers elkaar aan te kijken boven een kop warme chocolade, terwijl ze het hadden over de uitnodigingen die ze hadden ontvangen van de Kerstman.

Het werk van de drie wetenschappers was erg goed opgeschoten, en dankzij hen en de mensen van Silmana was een week terug in de senaat een serie wetten goedgekeurd die de inwoners van Kerstania erkenden als mensen, waardoor de handel in sterrendiamanten nu echt goed aangepakt kon gaan worden. Professor Fonda was opgewonden: hij was uitgenodigd om het vertrek van de Kerstman bij te wonen, op kerstavond, als hij naar de aarde vertrok om cadeautjes te bezorgen bij alle kinderen. Kodiko en Latoko gingen mee; toen bleek wat sterrendiamanten werkelijk waren, wilde Kodiko er geen sikkepit meer mee te maken hebben en betaalde zelfs mee aan het onderzoek van de professor. Dat zijn naam daarmee mede verbonden was aan de wetenschappelijke onderzoeken en aan de "ontdekking" van Kerstania, had natuurlijk wel veel geholpen. Kodiko had altijd al iets groots op zijn naam willen schrijven.

Dat was toch nog wel onverwacht geweest, peinsde de professor. Hij had eigenlijk niet verwacht dat Kodiko nog iets van een geweten zou hebben, maar kennelijk werkte het toch nog, en stukken beter dan hij en Latoko hadden verwacht. De relatie tussen die twee was sowieso veranderd sinds hun laatste bezoek aan Kerstania: Kodiko behandelde Latoko nu als weer als een geliefde echtgenote. Ergens waren die twee helemaal opnieuw verliefd op elkaar geworden. En dat maakte de professor gelukkig, want zij was toch altijd een beetje de dochter geweest die hij nooit gehad had.

Hij stapte door de sterrenpoort en liep aan de andere kant gauw de trap af om plaats te maken voor zijn reisgenoten. Vrolijk groette hij het gezelschap van de van Vlieten, die even daarvoor overgestoken waren. De oude van Vliet stond te ginnegappen als een jochie van tien, en de professor voelde zich zelf ook weer een klein jochie. Uitgenodigd worden om de Kerstman vanaf de eretribune uit te zwaaien was toch niet niks!

Mirana kwam hen begroeten: "Goedemorgen dames en heren! Zoals u waarschijnlijk wel kunt begrijpen, kan de slee u niet komen ophalen, maar u kunt oversteken naar het hoofdkwartier via een kerstportaal." Vrolijk keuvelend liepen ze achter Mirana aan naar het grote plein, waar een grote magische poort stond waar een hele rij elfen, kabouters, kerstbomen, kerststerren, rendieren en andere wezens vrolijk keuvelend voor stond te wachten. Er waren er velen die de Kerstman wilden uitzwaaien. Ze sloten netjes aan in de rij en een half uurtje later liepen ze in het licht van het noorderlicht naar de eretribunes.

Het was nog ochtend, maar omdat de aarde verdeeld was in tijdzones en de kerstman overal in de kerstnacht langs moest, moest hij nu al vertrekken. Hij zou morgenmiddag weer terug komen. Aan het einde van de startbaan gingen de grote deuren van de hangar open, en onder luid gejuich verschenen de rendieren, die een prachtig opgepoetste slee voorttrokken. De rendieren moesten hard werken, want de zak met pakjes was groot en zwaar. De belletjes aan de slee en het tuig van de rendieren glommen en tinkelden. Alles was precies zoals de kerstverhalen je altijd vertelden.

Latoko keek er naar en zong in zichzelf het oude liedje dat haar moeder altijd voor haar zong: "je kent Dasher en Dancer en Prancer en Vixen. Comet en Cupid en Donner en Blitzen. Maar herinner je je wel het beroemdste rendier van al?". En daar liepen ze gewoon alle negen, zwoegend op gewicht van de slee met pakjes. Het was bijna niet te geloven dat dit allemaal echt gebeurde, en ze was trots dat zij degene was die het balletje aan het rollen had gebracht door haar bezoek aan de professor al die maanden geleden. Verliefd keken Kodiko en zij elkaar aan en ze was weer ontzettend trots op haar man dat hij zo voortvarend de sterrendiamanthandel bestreden had. Hij bleek uiteindelijk toch een goed mens te zijn en ze was erg blij dat de ongewone omstandigheden dat goede mens uiteindelijk boven water getoverd hadden.

Toen even later de Kerstman verscheen, stond ze op en juichte ze uit volle borst mee met alle anderen. Hij zwaaide en lachte, klom in de slee en liet voor de show de zweep in de lucht knallen. Beledigd schudden de rendieren hun hoofden, waarna ze braaf aantrokken en de zware slee onder oorverdovend gejuich de lucht in sleepten. Na nog een rondje boven het vliegveld verscheen er een magisch portaal in de lucht, waardoor de arrenslee verdween, onderweg naar al die huizen met kinderen die gespannen wachtten op het tinkelen van belletjes en het getrappel van rendierhoeven op het dak.

Terwijl de poort sloot, hoorden de zware stem van de Kerstman lachen en roepen: "HO HO HO! Vrolijk kerstfeest! "

vrijdag 16 december 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 8 van 9



Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Het was hem echt, de Kerstman. Professor Fonda en beide van Vlieten zaten een moment stil te staren. Na alles wat ze gezien hadden zou het geen verrassing meer mogen zijn, maar dat de Kerstman echt bestond na jaren geloofd te hebben dat hij niet bestond, was toch wel iets waar ze alle drie even stil van waren.

Achter de Kerstman dribbelde een vrouw de kamer in die kennelijk zijn vrouw was.

"Oh goed zo", zei ze, "jullie hebben al ingeschonken! "

"Jij ook een kopje, lieverd?", voegde ze er tegen haar man aan toe terwijl ze twee kopjes chocolademelk inschonk. Met een zucht plofte de Kerstman neer in een luie stoel en nam glimlachend het kopje aan van zijn vrouw.

"Mijn excuses dat ik jullie niet zelf kon ophalen, maar het is hier nogal hectisch momenteel: één van onze servers is gecrasht waardoor we nu bijna een kwart van de lijsten met lieve en stoute kinderen kwijt zijn. Onze IT-elfen zijn bezig een back-up van vannacht terug te zetten, dus het komt wel goed, maar het tijdverlies is een probleem want we liepen al achter. En kerst kun je niet even een paar weken verschuiven. De kinderen op aarde rekenen op ons."

"Geen probleem, geen probleem", zei de oude van Vliet, "we vinden het al een hele eer dat we überhaupt mogen komen. En eerlijk gezegd vind ik dit kijkje in de keuken van de hele kerstorganisatie bijzonder interessant. Na alle magie die we hier tot dusver gezien hebben, had ik verwacht dat jullie meer met magie en minder met computers zouden doen."

"Vroeger ging ook alles met magie", antwoordde de Kerstman, "maar computers zijn soms gewoon handiger, vooral als het gaat om die eindeloze lijsten bijhouden. Voor die saaie klus zijn maar weinig elfen te porren, maar met computers gaat alles doorgaans prima. Behalve nu eventjes, dan."

"Nu dan, ter zake. Straks krijgen jullie een uitgebreide rondleiding door de stad en de speelgoedfabrieken, maar eerst zal ik de algemene situatie uit de doeken doen". De Kerstman ging er goed voor zitten en begon. "Een paar maanden geleden is die sterrenpoort geopend om het verkeer van en naar aarde makkelijker te maken. Lieden van jullie georganiseerde misdaad maken daar misbruik van om mijn elfen te ontvoeren. Omdat de natuurwetten op aarde anders werken dan hier op Kerstania, zitten mijn elfen bij jullie vast in hun kristallijne vorm: de sterrendiamant. Sterrendiamanten worden volop verhandeld bij jullie. Dat kan natuurlijk niet want elfen hebben ook gewoon rechten, en gelukkig vonden de autoriteiten aan jullie kant van de poort hetzelfde. Daar hebben wij Silmana en zijn team van undercover agenten aan te danken. Als we het voor elkaar kunnen krijgen dat alle sterrendiamanten terug naar Kerstania komen, hebben de elfen hun magie weer terug en daarmee onder andere ook hun vormvrijheid."

"Maar dan moet uiteraard wel de uitstroom gestopt worden", merkte professor Fonda op.

"Precies, precies", antwoordde de Kerstman. "Momenteel zijn we samen met Silmana bezig om een systeem op te zetten waarmee we de misdadigers hetzij hier gevangen kunnen houden, hetzij terug kunnen sturen naar de aarde om daar berecht te worden. Aangezien jullie maar één vorm hebben, en geen magie, hebben onze gebruikelijke straffen geen effect bij jullie, en moeten we iets opzetten wat meer bij jullie past."

"Berechting bij ons kan een probleem vormen", zei Silmana, "want er worden hier weliswaar de nodige morele wetten in onze ogen overduidelijk geschonden, maar al onze juridische wetten zijn uitsluitend van toepassing op mensen. Een elf verhandelen is net zo legaal als het verkopen van een koe of een paard. We zullen dus moeten bewijzen dat de wezens hier op hetzelfde niveau zitten als mensen qua bewustzijn, cultuur, organisatievermogen en dergelijke. Dan kunnen ze erkenning krijgen als mens en wordt heel de zaak anders."

"Er zijn zeer beslist een aantal aanwijzingen waar we zonder meer mee aan de slag kunnen", zei professor Fonda overtuigd, "in de aankomsthal bijvoorbeeld, zag ik een serie balies met baliemedewerkers, mensen of althans wezens die formulieren invulden. Allemaal zaken die zonder meer wijzen op een samenleving met een voldoende hoge organisatiegraad om een uitgebreide bureaucratie mogelijk te maken. Daarmee kan ik zonder meer aan de slag. "

"Uitstekend", bromde de Kerstman goedkeurend, "ik zal zorgen dat u begeleiding krijgt van onze organisatie-elfen en onze rechtselfen die u alles kunnen uitleggen over de basis van onze rechtsstaat."

"Wij zouden graag in de gelegenheid zijn om de werking van magie wat beter te bestuderen", zei de jonge van Vliet. "Dat bestaat bij ons niet, en dat is dus voor ons totaal onbekend terrein."

"Genoteerd, ik zal Mirana vragen of ze contact met u opneemt. Zij is één van onze beste leraren en kan u precies vertellen hoe magie in elkaar zit, hoe het werkt en op welke fundamenten het berust. "

De drie wetenschappers keken elkaar opgetogen aan bij dit aanbod van hulp en ondersteuning. Nu zouden ze zeker hun onderzoek snel en met succes kunnen afronden. Op aarde zouden ze er naam mee maken en ze konden de mensen hier er nog goed mee helpen ook. Dat was nog eens twee vliegen in één klap slaan!

donderdag 8 december 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 7 van 9

Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

De drie wetenschappers keken gefascineerd hoe land en zee onder hen voorbij vlogen terwijl de slee stug op koers bleef naar het noorderlicht. Kennelijk was het hoofdkwartier op de noordpool, weer net als in de kerstliedjes. "Goh", zei professor Fonda, "alles is tot dusver precies als in de kerstliedjes, zou dat hoofdkwartier dan bestaan uit enorme speelgoedfabrieken?". Silmana lachte vrolijk en zei dat ze dat wel zien zouden als ze er waren.

Professor Fonda bekeek Silmana nu met heel andere ogen. Ze hadden een poos naar zijn uitleg zitten luisteren, en ze hadden de bewijzen gezien die Silmana tot dusver verzameld had. Alles met elkaar waren ze nu wel overtuigd van zijn goede bedoelingen. Dat ze zelfs de beurs voor hun onderzoek aan bemoeienissen van Silmanas ministerie te danken hadden, had helemaal de deur dicht gedaan.

Intussen wisten ze wel meer van de situatie. Het bleek dat de handel in sterrendiamanten aan deze zijde van de poort voornamelijk liep via de georganiseerde misdaad, die sterrendiamanten door de poort smokkelde om ze aan de andere zijde via onwetende juweliers zoals Kodiko te verkopen.

Omdat Silmana politierechercheur was, was hij zo bij de zaak betrokken geraakt. Handel in elfen was niet bepaald de mensenhandel waar Silmana gewoonlijk bij betrokken was, maar vanwege de enorme bedragen die er in deze handel omgingen, werd zijn ervaring bijzonder op prijs gesteld door de undercover agenten die al aanwezig waren op Kerstania. Het onderzoek van de wetenschappers was door Silmana met vreugde begroet: de mensen moesten weten wat er gebeurde omdat de wetten over mensenhandel enkel over mensen ging en niet over elfen of andere bewuste wezens waarvan de mensen niet wisten dat ze bestonden. Dat detail maakte dat de handel in sterrendiamanten volledig legaal was, en dus ook dat politie en justitie eigenlijk maar weinig konden doen, ook al was dit overduidelijk niet in de haak. En daar kwamen de wetenschappers in beeld: mits juist aangepakt konden hun onderzoeken en publicaties helpen de mensen te overtuigen van de verkeerdheid van dit alles.

Een slangenkuil was het, dacht professor Fonda. Dat had die oude van Vliet goed gezien tijdens dat gesprekje op het plein. Ze zouden hun onderzoek met plezier doen en met vreugde openbaar maken als dat ervoor kon zorgen dat iedereen hier rechtvaardig behandeld werd. Eerst en vooral moesten ze wetenschappelijk bewijzen dat de wezens hier bewust waren, en denkend, en konden organiseren, en alles. Het tafereel met de balies in de aankomsthal suggereerde alvast een uitgebreide bureaucratie, en dat betekende toch een samenleving met een hoge organisatiegraad. Daarom hadden ze hier net zo goed recht op mensenrechten als ieder ander, vond de professor. Al moest je die dan natuurlijk wel anders noemen.

Het landschap onder hen was intussen wit geworden en de lucht koud. De rendieren zetten de daling in en voorzichtig landde de slee op wat er uitzag als een klein vliegveld, compleet met landingsbaan en verkeerstoren. Voor een klein gebouwtje kwamen ze tot stilstand. Daarachter was een uitgestrekte stad zichtbaar. Ze stapten uit en een sterrendiamant kwam hun kant op zoemen en bleef stil hangen voor het gezicht van professor Fonda. Intuïtief stak hij zijn vlakke hand uit, en met een tinkelend plofje veranderde de sterrendiamant in de kleinste elf die hij hier tot dusver gezien had. Het was een vrouwelijk exemplaar en ze ging koket op zijn hand zitten.

"Dag heren", kwetterde de elf terwijl ze knipoogde naar de professor. Ze deed de professor tegelijkertijd aan Betty Boop en aan Tinkelbel denken en even was hij de lieftallige Latoko volledig vergeten. "Ik ben Rika. Welkom op Kerstania!". Met een tinkel was ze verdwenen, om even later op menselijke grootte voor hen te staan. "Zo", zei ze vrolijk terwijl ze voor hen uitliep naar een door yaks getrokken koets, "deze grootte vinden jullie vast prettiger. "

Ze bracht hen uiteindelijk naar een comfortabel ingerichte zitkamer waar het haardvuur lustig brandde. Een schenkkan en kopjes stonden naast een schaal koekjes op tafel, de kan bleek warme chocolademelk te bevatten. De jonge van Vliet bromde goedkeurend en schonk alvast drie kopjes in voor hen. Het laatste deel van de reis was toch wel wat koud geweest. "HO HO HO!", hoorden ze even later een stem in de gang lachen. "Jullie hebben je alvast maar ingeschonken! Heel goed, heel goed. Voel je op je gemak bij ons!". Ze keken om en een gezette figuur in rood-witte kleding stond op de drempel. De Kerstman!

donderdag 24 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 6 van 9


Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Buiten de deur volgde het gezelschap Silmana naar een rustig hoekje van de tuin, waar ze eventuele afluisteraars van verre konden zien aankomen. "Heren", begon Silmana, "zoals u wellicht al gezien hebt, hebben wij veel te doen met betrekking tot de elfen oftewel sterrendiamanten. Aangezien u drieën wetenschappers bent, en dus geen handelsbelangen hebt, neem ik nu het risico om u te vertrouwen", ging Silmana op zachte toon verder.

"Een sterrendiamant is één van de vele vormen van de elfen die hier wonen. Het gaat hier om bewuste, denkende, aanspreekbare wezens met een eigen wil en een eigen mening. Het is verkeerd om hen te verhandelen alsof zij dieren of dingen zijn. Een aantal van ons is in de handelsketen geïnfiltreerd en met uw hulp hopen wij die handel op te kunnen rollen. Om ook aan deze zijde hulp te kunnen hebben en bieden, heb ik een audiëntie geregeld met het staatshoofd hier. Over tien minuten worden we opgehaald op het plein hier recht tegenover en dan …"

"Wacht even!", onderbrak de oude van Vliet, " 'We'? Wie zijn die 'we' eigenlijk? En wat hebben zij met ons onderzoek te maken? Ik wil wel wat meer van deze slangenkuil weten voor ik verder ga." Professor Fonda knikte instemmend, daar was hij ook wel benieuwd naar. Er was hier van alles aan de hand waar zij totaal niets van wisten en wat voor hun onderzoek van belang kon zijn.

"Terechte vraag", vond Silmana, "ik zal onderweg alles uit de doeken doen, ik hoor ons vervoer al aankomen. Voorlopig kunt u er van op aan dat ik met lijf en leden garant sta voor uw welzijn". Enigszins gerustgesteld luisterde professor Fonda, maar hoorde niets, behalve het zachte tinkelen van belletjes ver weg dat langzaam dichterbij leek te komen.

"Ik hoor niets", zei hij.
"Hoort u die belletjes?".
"Ja, maar wat hebben die belletjes…"
"Dat is ons vervoer. Kijk daar in de lucht".

En Silmana wees naar de horizon, waar een klein stipje langzaam groter werd, en uiteindelijk de vorm aannam van een heuse arrenslee met rendieren.

De arrenslee landde, en de professor zag dat hij leeg was. Er waren comfortabel uitziende banken waar ze op konden zitten, en achteraan was een grote bak waar kennelijk op kerstavond de grote zak met pakjes in vervoerd werd. Even voelde hij zich weer een kind, die aan de hand van zijn moeder bij het warenhuis in de rij stond voor een ontmoeting met de kerstman. Het zag er echt naar uit dat dat onbekende staatshoofd de kerstman kon wezen, al was dat natuurlijk ongelooflijk. Maar in de korte tijd die hij nu op deze wereld was, had hij aan de lopende band ongelooflijke dingen gezien.

Silmana nam hen mee om met de rendieren kennis te maken. Hij stelde ze alle negen voor (zelfs de namen van de rendieren klopten precies, bedacht de professor opgewonden) en één voor één negen ze het hoofd ter begroeting. "Prettig kennis te maken", sprak de voorste, die voorgesteld was als Rudolf en net zo'n rode lichtgevende neus had als in de kerstliedjes. "Als u in de slee stapt, brengen wij u naar het hoofdkwartier. Gelieve wel de gordels vast te maken, want we zullen hoog en snel vliegen en als u uit de slee valt, kunnen we niet vlug genoeg bij u zijn om u op te vangen voor u te pletter valt". Ze klauterden in de slee en vertrokken meteen met een flinke vaart.